Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..De procedure
- de dagvaarding;
- de mondelinge behandeling;
- de pleitnota van Verkade Beheer;
- de pleitnota van [gedaagde01] .
Rechtbank Rotterdam
Verkade Beheer B.V. is sinds 2011 eigenaar van een perceel met woning waarop [gedaagde01] sinds 2005 woont. Verkade Beheer verzocht [gedaagde01] de woning voor 1 januari 2023 te verlaten, omdat het perceel verkocht zou worden. [gedaagde01] weigert te vertrekken en heeft geen bod gedaan op het perceel.
Verkade Beheer vordert in kort geding ontruiming van de woning, stellende dat [gedaagde01] zonder recht of titel de woning gebruikt en dat een koper pas wil kopen als de woning leeg is. De voorzieningenrechter oordeelt dat ontruiming een ingrijpende maatregel is en alleen toewijsbaar is als aannemelijk is dat de vordering in een bodemprocedure zal slagen en het spoedeisend belang groot is.
De rechtbank acht onvoldoende aannemelijk dat de ontruiming noodzakelijk is, omdat de koopovereenkomst nog niet is gesloten en het spoedeisend belang ontbreekt. Ook is onduidelijk of er sprake is van een huurovereenkomst, omdat [gedaagde01] stelt huur in natura te betalen via onderhoudswerkzaamheden, hetgeen Verkade Beheer betwist. Dit debat hoort thuis in de bodemprocedure.
Daarom wordt de vordering afgewezen en wordt Verkade Beheer veroordeeld in de proceskosten van [gedaagde01].
Uitkomst: De vordering tot ontruiming van de woning wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid en spoedeisend belang.