ECLI:NL:RBROT:2022:11002
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering ontheffing ligplaats privésteiger in Gorinchem
Eiser, eigenaar van een appartement met een privésteiger aan de [straatnaam] in Gorinchem, vroeg ontheffing van de Beheersverordening om zijn motorvaartuig langer dan twee weken aan zijn steiger te mogen aanmeren. Verweerder, het college van burgemeester en wethouders van Gorinchem, wees dit verzoek af met als belangrijkste reden het voorkomen van precedentwerking. De rechtbank oordeelde dat de gemeente onvoldoende had gemotiveerd waarom de specifieke situatie van eiser geen aanleiding gaf tot ontheffing, terwijl eiser de enige eigenaar met een privésteiger is en er geen nieuwe privésteigers mogen worden gerealiseerd.
Daarnaast stelde eiser dat er een mondelinge afspraak zou zijn tussen een vorige eigenaar en havenmeesters dat bewoners gratis gebruik mochten maken van de steiger. De rechtbank vond dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan naar deze afspraak, wat een onzorgvuldige besluitvorming opleverde. De rechtbank verklaarde zich onbevoegd voor zover het beroep betrekking had op het liggeld, omdat dit een privaatrechtelijke kwestie betreft.
De rechtbank verwierp verder de stelling dat het besluit in strijd was met het evenredigheidsbeginsel of het gelijkheidsbeginsel. Ook was er geen strijd met het eigendomsrecht uit het EVRM. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van de uitspraak.