Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..De procedure
2..De feiten
3..Het geschil
4..De beoordeling
- Griffierecht € 240,-
- Salaris gemachtigde
€ 746,- (2 punten * € 373,-)Totaal € 1.080,30
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een geschil tussen een personeelsbemiddelingsbedrijf en een aannemersbedrijf over betaling van facturen en een vordering tot schadevergoeding. Het personeelsbemiddelingsbedrijf leverde drie tegelzetters aan het aannemersbedrijf, dat de werkzaamheden op twee bouwplaatsen liet uitvoeren. Het aannemersbedrijf betaalde de facturen niet, waarop de bemiddelaar betaling vorderde.
Het aannemersbedrijf stelde dat het uurtarief was verlaagd en dat betaling pas zou plaatsvinden nadat hun klant zou betalen. Tevens vorderde het aannemersbedrijf schadevergoeding wegens vermeende tekortkomingen van de tegelzetters, maar kon deze niet feitelijk onderbouwen.
De rechtbank oordeelde dat het oorspronkelijke uurtarief van €32 per uur geldt, dat het aannemersbedrijf geen beroep op verrekening kan doen vanwege gebrek aan bewijs, en veroordeelde het aannemersbedrijf tot betaling van de factuurbedragen met rente en incassokosten. De schadevordering werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt het aannemersbedrijf tot betaling van de facturen met rente en incassokosten en wijst de schadevordering af wegens onvoldoende onderbouwing.