ECLI:NL:RBROT:2022:10676
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs voorbereidingshandelingen invoer cocaïne op Rotterdamse terminal
Op 9 september 2021 werd de verdachte samen met medeverdachten aangetroffen in een container op het Rotterdam World Gateway-terrein. In de container werden onder meer een tas met doorgeknipte containerzegels en beschadigde mobiele telefoons gevonden. In de nabijheid werd een pakket met een indicatieve test op cocaïne aangetroffen, maar nader onderzoek bleef uit.
De verdachte werd beschuldigd van het voorbereiden van invoer van cocaïne, maar de rechtbank vond onvoldoende concrete aanknopingspunten die de verdachte direct met deze voorbereidingshandelingen konden verbinden. De aanwezigheid op het terrein was weliswaar in strijd met artikel 461 Sr Pro en mogelijk ook artikel 138aa Sr, maar dat was niet voldoende voor een veroordeling.
Zowel de officier van justitie als de verdediging vorderden vrijspraak. Gezien de stand van de jurisprudentie en het ontbreken van een concrete link met een specifieke container of andere feiten, sprak de rechtbank de verdachte vrij van het ten laste gelegde.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam op 2 december 2022, waarbij de rechterlijke macht oordeelde dat het bewijs ontoereikend was om schuld vast te stellen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende concrete aanknopingspunten voor voorbereidingshandelingen met cocaïne.