ECLI:NL:RBROT:2022:10674
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs voorbereidingshandelingen invoer cocaïne op Rotterdamse terminal
Op 9 september 2021 werd verdachte samen met medeverdachten aangetroffen in een container op de Rotterdam World Gateway terminal. In de container werden onder meer mobiele telefoons, powerbanks en doorgeknipte containerzegels gevonden. In de nabijheid werd een pakket met een indicatieve test positief op cocaïne aangetroffen, maar nader onderzoek ontbrak.
Hoewel de aanwezigheid van verdachte op het haventerrein verdacht was en in strijd met artikel 461 Sr Pro, ontbraken concrete aanknopingspunten om verdachte te verbinden aan voorbereidingshandelingen met betrekking tot invoer van cocaïne zoals ten laste gelegd. Er was geen specifieke link met een container of andere feiten die verband hielden met verdovende middelen.
De officier van justitie en de verdediging vorderden beiden vrijspraak. De rechtbank oordeelde dat de huidige jurisprudentie en het ontbreken van voldoende bewijs tot vrijspraak leiden. De verdachte werd daarom vrijgesproken van het ten laste gelegde.
De tenlastelegging betrof het opzettelijk voorbereiden en bevorderen van invoer van cocaïne, het onbevoegd betreden van het RWG-terrein en het openbreken en verplaatsen van dozen in containers. De rechtbank achtte deze feiten niet bewezen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor voorbereidingshandelingen met betrekking tot invoer van cocaïne.