Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
2..De vaststaande feiten
- dat zij beslist naar redelijkheid en billijkheid, met inachtneming van de tussen partijen gesloten overeenkomst en de daarvan deel uitmakende voorwaarden (artikel 15.1), en
- dat zij in een geschil met een consument (hier [gedaagde]) een door één van partijen te betalen (schade)vergoeding kan vaststellen, dat zij een betalingsverplichting kan vaststellen, dat zij de ondernemer ([eiseres]) en/of de consument nakoming van de overeenkomst kan opleggen en dat zij de overeenkomst kan ontbinden of de partij-ontbinding kan bevestigen, alsmede iedere andere beslissing die zij redelijk en billijk acht ter beëindiging van het geschil kan nemen (artikel 16.2).
3..Het geschil
4..De beoordeling
(…) Dat die tekortkoming niet toerekenbaar is, is niet ter zake doende. Vaststaat dat de ondernemer geen prestatie heeft geleverd. De reden voor het niet presteren (overmacht) valt in de risicosfeer van de ondernemer.”