ECLI:NL:RBROT:2022:1059
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek opheffing of schorsing voorlopige hechtenis wegens verdenking wederrechtelijk binnendringen haventerrein
De verdachte werd in voorlopige hechtenis genomen wegens verdenking van wederrechtelijk binnendringen op het besloten terrein van de containerterminal CCIS in Rotterdam. Camerabeelden tonen dat verdachte en een medeverdachte over het hek zijn geklommen en zich op het afgesloten terrein bevonden, waar geen personeel aanwezig was. Verdachte gaf geen verifieerbare reden voor zijn aanwezigheid, waardoor de verdenking van betrokkenheid bij criminele activiteiten, zoals containeropenbreking en diefstal van waardevolle of schadelijke goederen, werd gewekt.
De rechtbank constateerde dat verdachte geen vaste woon- of verblijfplaats heeft, wat het risico op ontduiking van berechting vergroot. De feiten zijn lucratief en worden vaak in georganiseerd verband gepleegd, wat het recidivegevaar verhoogt. Verdachte gaf slechts beperkte verklaringen, ook aan de reclassering, waardoor inzicht in zijn persoon en omstandigheden ontbreekt.
De rechtbank achtte het maatschappelijk belang bij voortzetting van de voorlopige hechtenis zwaarder dan de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Er is geen reden om aan te nemen dat verdachte geen onvoorwaardelijke straf zal krijgen of dat de voorlopige hechtenis langer zal duren dan de straf. Gezien de gesloten houding van verdachte en het lucratieve karakter van de feiten is er geen vertrouwen dat voorwaarden het recidivegevaar effectief beperken.
Daarom werden de verzoeken tot opheffing en schorsing van de voorlopige hechtenis afgewezen. De beslissing werd genomen door de rechtbank Rotterdam op 14 februari 2022, waarbij twee rechters niet konden medeondertekenen.
Uitkomst: Verzoek tot opheffing of schorsing van de voorlopige hechtenis wordt afgewezen vanwege ernstige bezwaren en recidivegevaar.