De huurder heeft een huurachterstand van zeven maanden opgebouwd, wat de verhuurder aanleiding gaf tot het vorderen van ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning. De kantonrechter stelt vast dat de huurachterstand op het moment van de mondelinge behandeling € 9.226,92 bedroeg en dat de huurder slechts eenmaal de huur heeft voldaan in de periode mei-september 2022.
Hoewel de huurder bijzondere omstandigheden aanvoert en benadrukt dat een ontruiming ernstige gevolgen heeft voor hem en zijn gezin, weegt de rechter dit af tegen de aanzienlijke huurachterstand. De persoonlijke omstandigheden leiden niet tot afwijzing van de vordering. Ook het subsidiaire verzoek om een termijn de grâce wordt afgewezen wegens gebrek aan concrete feiten die wijzen op spoedige betaling.
De kantonrechter veroordeelt de huurder tot betaling van de huurachterstand, buitengerechtelijke incassokosten en rente, ontbindt de huurovereenkomst, en beveelt ontruiming binnen veertien dagen. Tevens wordt de huurder veroordeeld tot betaling van de lopende huur tot de ontruiming. De proceskosten worden aan de zijde van de verhuurder vastgesteld en toegewezen. Ondanks het verweer van de huurder wordt het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard.