Op 9 juli 2021 werd verdachte betrapt op het bezit van een vuurwapen van categorie III en munitie in zijn woning te een plaats. Het vuurwapen, een pistool van het merk Melior Brevets kaliber 7.65 mm, was geladen en functioneerde goed. Verdachte verklaarde het wapen ongeveer vijftien jaar geleden te hebben verkregen en het sindsdien in een afgesloten kluis te hebben bewaard, wat werd bevestigd door zijn partner.
De rechtbank oordeelde dat het bezit van een geladen vuurwapen een ernstig veiligheidsrisico vormt en doorgaans streng bestraft moet worden. Echter, het feit dat verdachte het wapen nooit uit de kluis heeft gehaald of gebruikt heeft, werd als strafverminderend meegewogen. Verdachte had geen eerdere veroordelingen en is marktkoopman met een eenmanszaak, waarbij de detentie van vier dagen negatieve gevolgen had voor zijn werk.
De rechtbank stelde vast dat sprake was van eendaadse samenloop van het bezit van het vuurwapen en munitie, en dat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig waren. Gezien de ernst van het feit werd een gevangenisstraf van vier maanden als uitgangspunt genomen, maar vanwege de bijzondere omstandigheden werd een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden met een proeftijd van twee jaar opgelegd, gecombineerd met een taakstraf van 120 uur, waarvan 8 uur in mindering werd gebracht wegens voorarrest.
De verdachte werd vrijgesproken van overige tenlasteleggingen. De straf is een signaal richting de samenleving, maar houdt rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en de impact van de zaak op hem.