De rechtbank Rotterdam behandelde een verzoek tot wijziging van de kinderalimentatie die in 2017 was vastgesteld op €516 per maand. De man stelde dat destijds onjuiste en onvolledige inkomensgegevens waren gebruikt, waardoor de alimentatie niet aan de wettelijke maatstaven voldeed. Hij voerde tevens aan dat zijn inkomen vanaf 2018 aanzienlijk was gedaald, wat een wijziging van omstandigheden vormde.
De rechtbank oordeelde dat de oorspronkelijke beschikking inderdaad was gebaseerd op onjuiste draagkrachtgegevens, aangezien destijds geen verweer was gevoerd en geen grondig onderzoek had plaatsgevonden. De draagkracht van de man in 2017 werd vastgesteld op €243 per maand, wat de juiste bijdrage had moeten zijn. Daarnaast werd vastgesteld dat de man in 2021 een substantiële inkomensdaling had, veroorzaakt door zijn overstap naar zelfstandig ondernemerschap, wat niet verwijtbaar was.
Op basis hiervan werd de kinderalimentatie met terugwerkende kracht aangepast naar €243 per maand vanaf 13 juni 2017 en verlaagd naar €172 per maand vanaf 20 juli 2021. De rechtbank bepaalde dat de vrouw niet hoefde terug te betalen indien zij meer had ontvangen dan deze bedragen, gezien haar behoefte en het feit dat alimentatie doorgaans direct wordt besteed. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten.
Tegen deze beschikking staat hoger beroep open bij het gerechtshof Den Haag binnen drie maanden na dagtekening, uitsluitend in te stellen door een advocaat.