Op 27 augustus 2017 overleed de erflater, waarbij eiseres zijn partner was en gedaagde zijn dochter en enige erfgenaam. Erflater ontving een persoonsgebonden budget (PGB) van €25.878,83 voor zorg, waarvan €9.350 reeds aan eiseres was betaald. Eiseres had op de overlijdensdatum €9.700 overgeschreven van de rekening van erflater naar haar eigen rekening, maar slechts een deel van het PGB was daadwerkelijk voldaan.
Eiseres vorderde betaling van het resterende bedrag van €16.528,83, vermeerderd met rente en buitengerechtelijke kosten. Gedaagde voerde verweer, maar werd door de kantonrechter verworpen omdat zij wist van de vordering maar naliet deze mee te nemen in de nalatenschapsafwikkeling en over het saldo beschikte.
De kantonrechter oordeelde dat gedaagde aansprakelijk is voor betaling van €10.100 aan eiseres, vermeerderd met rente en kosten, en veroordeelde haar tot betaling, waarbij het vonnis uitvoerbaar bij voorraad werd verklaard.