Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..De procedure
2..De feiten
3..De beoordeling in de incidenten
4..De beslissing
20 oktober 2021voor conclusie van antwoord.
Rechtbank Rotterdam
In deze civiele procedure betreffende de nalatenschap van erflaatster en erflater, beiden overleden te Rotterdam, vordert eiseres in incidentele vorderingen inzage in diverse stukken ter vaststelling van haar erfdeel en legitieme portie, en een voorschot op haar vorderingen uit de nalatenschap.
De rechtbank beoordeelt per gevorderd stuk of de executeur, tevens gedaagde, gehouden is deze te verstrekken op grond van artikel 843a Rv. De meeste gevorderde stukken, zoals taxatierapporten, koopovereenkomst, bewijs van contant geld en diverse bankafschriften, worden afgewezen omdat de executeur deze niet bezit of het belang onvoldoende is onderbouwd. Wel wordt de executeur veroordeeld om de aangifte en aanslag inkomstenbelasting 2019 van erflater te verstrekken.
De vordering tot betaling van een voorschot wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang en onduidelijkheid over de hoogte van de vordering. De proceskosten worden gecompenseerd. De hoofdzaak wordt verwezen voor conclusie van antwoord.
Uitkomst: De executeur wordt veroordeeld tot verstrekking van de aangifte en aanslag inkomstenbelasting 2019 van erflater, overige vorderingen worden afgewezen.