Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..De procedure
- de dagvaarding van 17 november 2020, met producties;
- de conclusie van antwoord in conventie tevens eis in (voorwaardelijke) reconventie, met producties;
- de brief van de rechtbank van 8 april 2021 waarbij een mondelinge behandeling is bepaald;
- de conclusie van antwoord in reconventie, met producties;
- de akte overlegging productie namens VHBR;
- pleitaantekeningen van beide partijen ten behoeve van de mondelinge behandeling op 8 juli 2021, inclusief de overgelegde producties;
- de aantekening van de griffier dat op 8 juli 2021 een mondelinge behandeling gehouden is.
2..De feiten
3..De vordering in conventie en in reconventie
4..De beoordeling
- kosten voor het zelf voorzien in een tijdelijke (nood) stroomvoorziening over de periode van 25 september 2019 tot 19 november 2019;
- vervangende huisvesting voor eigenaars die niet op 25 september 2019 hun appartement konden betrekken wegens het ontbreken van nutsvoorzieningen in het appartement;
- de contractuele boete die VHBR verschuldigd was aan eigenaars wegens het te laat opleveren van de appartementen;
- kosten voor het ter beschikking stellen van een kraan in de periode van 24 september 2019 tot 19 november 2019, omdat de lift niet werkte wegens het ontbreken van stroom.