Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
2..De vaststaande feiten
3..Het geschil
4..De beoordeling
5..De beslissing
:
Rechtbank Rotterdam
Partijen sloten een zorgverzekeringsovereenkomst waarbij AnderZorg premie in rekening bracht voor het laatste kwartaal van 2020. De gedaagde verhuisde op 29 november 2020 naar India en schreef zich pas op 24 april 2021 uit de gemeente Rotterdam uit. De openstaande premie van €314,82 bleef onbetaald. AnderZorg vorderde betaling van de premie, wettelijke rente en incassokosten.
De gedaagde erkende de schuld en gaf aan vanwege haar financiële situatie een betalingsregeling te willen treffen. De kantonrechter stelde vast dat de verzekeringsplicht gedurende de periode dat de gedaagde inwoner was van Nederland gold en dat de financiële omstandigheden geen vrijstelling van betaling geven. De wettelijke rente werd toegewezen over de periode van verzuim. Ook de buitengerechtelijke incassokosten werden toegekend omdat de aanmaning rechtsgeldig was verzonden.
Een betalingsregeling kon de kantonrechter niet opleggen, maar partijen konden hierover in overleg treden. De gedaagde werd veroordeeld tot betaling van het totale bedrag van €375,22 plus wettelijke rente en de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van openstaande premie, wettelijke rente en incassokosten.