Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..Onderzoek op de terechtzitting
2..Tenlastelegging
3..Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een taakstraf van 120 uur, met aftrek van 2 uur voor de dag die hij in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, zijnde 118 uur, subsidiair
4..Waardering van het bewijs
5 mei 2019. Zij heeft er op gewezen dat beide partijen hebben bijgedragen aan de escalatie en aan het geweld. Zij heeft verzucht dat het welhaast een moderne ziekte is, waarbij mensen van anderen niets meer kunnen of willen incasseren. Elke strobreed leidt tot een reactie wat weer een kettingreactie in gang zet. Zij heeft wel tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde gerekwireerd.
De rechtbank kan al met al ook ten aanzien van aangeefsters vaststellen dat zij geweld hebben gebruikt tegen [naam medeverdachte] en [naam verdachte].
stills. Op een van die
stillsis te zien dat een man, kennelijk [naam slachtoffer], op de motorkap zit van de auto die door de verdachte werd bestuurd. Op een andere
stillis te zien dat [naam slachtoffer] naast de auto staat of scherper: loopt. Op weer een andere
stillis [naam slachtoffer] te zien met omhoog geheven been, pal achter de auto. Hij lijkt een trap uit te (willen) delen aan de achterzijde van de auto. Nergens uit blijkt dat hij gedwongen werd achteruit te lopen, voorover op de motorkap is gevallen of van de auto op de grond is gevallen. De beschikbare informatie ondersteunt derhalve wel de verklaring van [naam verdachte] en niet die van [naam slachtoffer]. De rechtbank stelt vast dat [naam verdachte] [naam slachtoffer] niet heeft aangereden en dus ook niet is weggereden na een aanrijding.
5..Vorderingen benadeelde partijen
niet-ontvankelijk worden verklaard, nu aan de verdachte geen straf of maatregel is opgelegd en artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht geen toepassing heeft gevonden.