ECLI:NL:RBROT:2021:9354

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
24 augustus 2021
Publicatiedatum
30 september 2021
Zaaknummer
C/10/621591 / KG ZA 21-582
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging wederzijdse straat- en contactverboden wegens verstoorde onderlinge verhoudingen

De rechtbank Rotterdam behandelde een kort geding waarin partijen, die eerder al een jaar wederzijdse straat- en contactverboden hadden opgelegd gekregen, verzochten deze verboden te verlengen. De situatie tussen partijen bleef ernstig verstoord, ondanks eerdere maatregelen en een periode van relatieve rust.

De feiten betreffen buren die op korte afstand van elkaar wonen en sinds 2016 een verbroken vriendschap hebben, met regelmatig conflicten en wederzijdse aangiften bij de politie wegens onder meer bedreiging en geweld. De eerdere verboden, opgelegd in mei 2020, zijn inmiddels verlopen, waarna opnieuw problemen ontstonden.

Partijen bereikten overeenstemming over de verlenging van de verboden voor twee jaar, met dwangsommen bij overtreding. De voorzieningenrechter achtte dit passend en matigde de dwangsommen. De procedurekosten werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.

Het vonnis verbiedt partijen elkaar persoonlijk, schriftelijk, telefonisch of anderszins te benaderen en stelt afstandsverboden in rondom de woonadressen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en beoogt verdere escalatie te voorkomen.

Uitkomst: De wederzijdse straat- en contactverboden worden voor twee jaar verlengd met dwangsommen bij overtreding.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven
zaaknummer / rolnummer: C/10/621591 / KG ZA 21-582
Vonnis in kort geding van 24 augustus 2021
in de zaak van
[naam eiseres],
wonende te [woonplaats eiseres],
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
advocaat mr. M. Soytekin te Rotterdam,
tegen

1..[naam gedaagde 1],

2.
[naam gedaagde 1]in haar hoedanigheid van wettelijke vertegenwoordiger van
[naam],
3.
[naam gedaagde 2],
4.
[naam gedaagde 3],
5.
[naam gedaagde 4],
6.
[naam gedaagde 5],
allen wonende te [woonplaats gedaagden],
gedaagden in conventie,
eisers in reconventie,
advocaat mr. A. Aksü te Rotterdam.
Eiseres in conventie, verweerster in reconventie, wordt hierna [naam eiseres] genoemd. Gedaagden in conventie, eisers in reconventie, worden hierna samen [gedaagden] genoemd (en aangeduid in mannelijk enkelvoud) en afzonderlijk [naam gedaagde 1], [naam], [naam gedaagde 2], [naam gedaagde 3], [naam gedaagde 4] en [naam gedaagde 5].

1..De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 12 juli 2021, met producties,
  • de conclusie van antwoord, tevens houdende eis in reconventie van 11 augustus 2021, met producties.
1.2.
Bij brief van 12 augustus 2021, met wijziging van eis in reconventie, heeft mr. Aksü bericht dat partijen overeenstemming hebben bereikt. Bij faxbericht van 12 augustus 2021 heeft mr. Soytekin dit bevestigd en mede namens mr. Aksü verzocht om de zaak schriftelijk af te doen. Een mondelinge behandeling is daarom achterwege gebleven.
1.3.
Vonnis is, bij vervroeging, bepaald op heden.
2. De feiten
2.1.
[naam eiseres] woont, samen met haar twee kinderen, op het adres [adres 1].
2.2.
[naam gedaagde 1] woont, samen met [naam] en [naam gedaagde 2], op het adres [adres 2]. Dat is ongeveer 300 meter van [naam eiseres] vandaan. [naam gedaagde 3] woont op het adres [adres 3], op 450 meter afstand van [naam eiseres]. [naam], [naam gedaagde 2] en [naam gedaagde 3] zijn de kinderen van [naam gedaagde 1].
2.3.
De vriendschap die tussen [naam eiseres] en [naam gedaagde 1] bestond is in 2016 verbroken. Sindsdien doen zich met regelmaat onverkwikkelijkheden voor tussen [naam eiseres] en [naam gedaagde 1].
2.4.
De moeder van [naam gedaagde 1], [naam gedaagde 4], woont op het adres [adres 4], ongeveer 10 meter van [naam eiseres] vandaan. [naam gedaagde 1] en/of [naam], [naam gedaagde 2] en [naam gedaagde 3] bezoeken [naam gedaagde 4] (vrijwel) dagelijks om haar te helpen en te verzorgen. Op het adres van [naam gedaagde 4] staat ook de broer van [naam gedaagde 1], [naam gedaagde 5], ingeschreven.
2.5.
Partijen hebben over en weer bij de politie meldingen en aangiften gedaan. Onder andere is aangifte gedaan van bedreiging, openlijke geweldpleging tegen personen en brandstichting.
2.6.
Bij vonnis van 12 mei 2020 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank op verzoek van [naam eiseres] in conventie een contact- en straatverbod opgelegd aan [gedaagden] en op verzoek van [gedaagden] in reconventie aan [naam eiseres] voor de duur van één jaar.
2.7.
Gedurende de periode dat de onder 2.6 bedoelde verboden golden is het rustig geweest tussen partijen. De termijn waarvoor de straat- en contactverboden golden is inmiddels verstreken.

3..De rechtsoverwegingen

3.1.
[naam eiseres] heeft gevorderd zoals vermeld in de dagvaarding. [gedaagden] heeft gevorderd zoals vermeld in de conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie en heeft deze eis gewijzigd bij brief van 12 augustus 2021.
3.2.
Bij faxbericht van 12 augustus 2021 heeft mr. Soytekin namens partijen bericht dat zij overeenstemming hebben bereikt over de over en weer op te leggen verboden en het verlengen van de verboden zoals opgelegd in het vonnis van 12 mei 2021 met een periode van twee jaar. Partijen hebben verzocht om de (gewijzigde) vorderingen, zoals genoemd in de fax van 12 augustus 2021 toe te wijzen en op te nemen in het vonnis.
3.3.
De in conventie en in reconventie gevorderde contact- en gebiedsverboden liggen voor toewijzing gereed. De vorderingen worden over en weer immers niet betwist en beide partijen staan het opleggen van dergelijke verboden voor. Dat de onderlinge verhoudingen tussen partijen nog steeds ernstig verstoord zijn en partijen baat hadden bij de eerdere opgelegde verboden staat niet ter discussie. Blijkbaar hebben de verboden ook in de praktijk geen problemen opgeleverd, althans hebben zich geen executiegeschillen voorgedaan, maar lukt het partijen niet om zonder de verboden onderling afspraken te maken en de verhouding te normaliseren. Partijen zijn het er ook over eens dat zich na afloop van de verboden weer problemen hebben voorgedaan en achten de situatie beiden spoedeisend. De voorzieningenrechter acht het om die reden opportuun om, zoals gevorderd, de eerder opgelegde verboden voor de duur van twee jaar te verlengen.
3.4.
De gevorderde dwangsommen worden gematigd en gemaximeerd tot het in het dictum vermelde bedrag. Naast een dwangsom ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om tevens het door [naam eiseres] gevorderde dwangmiddel van de sterke arm op te leggen. Voor dat zeer ingrijpende middel bestaat onvoldoende basis. Indien de dwangsommen te weinig afschrikwekkende werking blijken te hebben staat het partijen vrij om een nieuwe procedure te beginnen, maar uit de bereikte overeenstemming lijkt eerder te volgen dat de dreiging van het verbeuren van dwangsommen juist wel werkt.
3.5.
Nu partijen over en weer in het ongelijk zijn gesteld, worden de proceskosten gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

4..De beslissing

De voorzieningenrechter:
in conventie
4.1.
verbiedt [gedaagden] gedurende twee jaren na betekening van dit vonnis persoonlijk, schriftelijk, telefonisch of anderszins contact op te nemen met [naam eiseres], op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 200,00, verschuldigd voor iedere keer dat [gedaagden] of ieder van hen afzonderlijk, dit verbod overtreedt, door degene die het verbod overtreedt, tot een maximum van € 5.000,00 is bereikt,
4.2.
verbiedt [gedaagden] gedurende twee jaren na betekening van dit vonnis zich te begeven naar en/of zich te bevinden binnen een straal van 5 meter van de persoon van [naam eiseres], op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 200,00, voor iedere keer dat [gedaagden] of elk van hen afzonderlijk dit verbod overtreedt, door degene die het verbod overtreedt, tot een maximum van € 5.000,00 is bereikt,
4.3.
verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
4.4.
compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
in reconventie
4.5.
verbiedt [naam verweerster] gedurende twee jaren na betekening van dit vonnis persoonlijk, schriftelijk, telefonisch of anderszins contact op te nemen met (één of meer van) [naam eisers], op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 200,00 voor iedere keer dat [naam verweerster] dit verbod overtreedt, tot een maximum van € 5.000,00 is bereikt,
4.6.
verbiedt [naam verweerster] gedurende twee jaren na betekening van dit vonnis zich te begeven naar en/of zich te bevinden in het gebied op een afstand van 100 meter van de woning van [naam eiser 1], [naam] en [naam eiser 2] aan de [adres 2], op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 200,00 voor iedere keer dat [naam verweerster] dit verbod overtreedt, tot een maximum van € 5.000,00 is bereikt,
4.7.
verbiedt [naam verweerster] gedurende twee jaren na betekening van dit vonnis zich te begeven naar en/of zich te bevinden in het gebeid op een afstand van 100 meter van de woning van [naam eiser 3] aan de [adres 3], op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 200,00 voor iedere keer dat [naam verweerster] dit verbod overtreedt, tot een maximum van € 5.000,00 is bereikt,
4.8.
verklaart dit vonnis in reconventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
4.9.
compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten en in het openbaar uitgesproken op 24 augustus 2021.
2180/106