De rechtbank Rotterdam behandelde een kort geding waarin partijen, die eerder al een jaar wederzijdse straat- en contactverboden hadden opgelegd gekregen, verzochten deze verboden te verlengen. De situatie tussen partijen bleef ernstig verstoord, ondanks eerdere maatregelen en een periode van relatieve rust.
De feiten betreffen buren die op korte afstand van elkaar wonen en sinds 2016 een verbroken vriendschap hebben, met regelmatig conflicten en wederzijdse aangiften bij de politie wegens onder meer bedreiging en geweld. De eerdere verboden, opgelegd in mei 2020, zijn inmiddels verlopen, waarna opnieuw problemen ontstonden.
Partijen bereikten overeenstemming over de verlenging van de verboden voor twee jaar, met dwangsommen bij overtreding. De voorzieningenrechter achtte dit passend en matigde de dwangsommen. De procedurekosten werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Het vonnis verbiedt partijen elkaar persoonlijk, schriftelijk, telefonisch of anderszins te benaderen en stelt afstandsverboden in rondom de woonadressen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en beoogt verdere escalatie te voorkomen.