Verzoeker heeft een schuldregeling aangeboden aan elf schuldeisers, waaronder TankCollect, die als enige schuldeiser niet instemde met het akkoord. De regeling voorziet in een betaling van 18,64% aan de preferente schuldeiser en 9,32% aan de concurrente schuldeisers, gebaseerd op de NVVK-norm en de afloscapaciteit van verzoeker, die onder beschermingsbewind staat en een afstand tot de arbeidsmarkt heeft.
TankCollect betoogde dat verzoeker niet het maximaal haalbare bood en dat de schuld niet te goeder trouw is ontstaan, waardoor toewijzing in strijd zou zijn met redelijkheid en billijkheid. De rechtbank oordeelde dat het voorstel goed onderbouwd en getoetst was door een onafhankelijke partij en dat verzoeker geen reëel uitzicht heeft op verbetering van zijn inkomen.
De rechtbank stelde dat het belang van verzoeker en de overige schuldeisers, die instemden met het akkoord, zwaarder weegt dan dat van TankCollect. De gedwongen schuldregeling wordt afgekondigd en het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen. TankCollect wordt veroordeeld in de proceskosten.