Verzoekster heeft een schuldregeling aangeboden aan haar schuldeisers, waarbij zij een percentage van haar totale schuldenlast in één keer wil aflossen met behulp van een saneringskrediet. Vijf schuldeisers stemden in met het voorstel, maar de Maas Delta Groep weigerde mee te werken. Verzoekster is arbeidsongeschikt en onder beschermingsbewind gesteld, waardoor haar financiële situatie stabiel maar beperkt is.
De Maas Delta Groep stelde dat zij al eerder finale kwijting had verleend en dat zij beschikt over een executoriale titel, waardoor zij een groter bedrag kan incasseren. De rechtbank oordeelde dat de vordering een nieuwe vordering betreft en dat de executoriale titel geen uitkomst biedt bij toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling.
De rechtbank stelde vast dat het voorstel goed onderbouwd is, het uiterste is wat verzoekster kan bieden en dat haar persoonlijke omstandigheden het vinden van werk bemoeilijken. De belangen van verzoekster en de andere schuldeisers wegen zwaarder dan het belang van de Maas Delta Groep bij weigering. Daarom werd het verzoek tot dwangakkoord toegewezen en het subsidiaire verzoek tot schuldsaneringsregeling afgewezen.
De Maas Delta Groep werd veroordeeld in de proceskosten, die nihil werden begroot omdat er geen griffierecht verschuldigd was en verzoekster niet door een advocaat werd bijgestaan. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en treedt in de plaats van vrijwillige instemming.