ECLI:NL:RBROT:2021:9213
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning voor op- en afrit op primaire waterkering wegens onvoldoende verkeersveiligheidstoetsing
Verweerder verleende een vergunning voor het verwijderen, aanbrengen en hebben van een op- en afrit op de primaire waterkering en een uitweg naar de openbare weg. Eisers maakten bezwaar tegen deze vergunning, stellende dat de verkeersveiligheid onvoldoende was beoordeeld en dat de situatietekeningen niet duidelijk waren.
De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende informatie had om de aanvraag te beoordelen en dat de vergunning voor het aantal op- en afritten conform de beleidsregel was verleend. De stellingen over niet-naleving van voorschriften en schade aan eigendommen zijn niet relevant voor de vergunningverlening.
Echter, de rechtbank vindt dat verweerder onvoldoende gemotiveerd heeft waarom geen verkeerskundig advies is ingewonnen, terwijl de situatie niet standaard is en er sprake is van een reële verkeersonveilige situatie door het parkeren op de op- en afrit. Verweerder had een verkeerskundig advies moeten vragen en het besluit is daardoor onzorgvuldig voorbereid en onvoldoende gemotiveerd.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan eisers vergoed.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.