Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..De procedure
- verzoeker;
- de heer V.T. Raats en de heer M. Van Pelt, werkzaam bij Zuidweg & Partners (hierna: schuldhulpverlening);
- mevrouw B. de Frel-Houthuizen, werkzaam bij Zekere Zaak
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker, een zelfstandige zonder personeel, heeft bij de rechtbank Rotterdam een verzoek ingediend tot het treffen van een voorlopige voorziening ex artikel 287b Faillissementswet om de ontruiming van zijn huurwoning op te schorten. De ontruiming was bevolen in een vonnis van 20 mei 2021 vanwege huurachterstanden.
De rechtbank oordeelt dat sprake is van een bedreigende situatie nu de ontruiming op korte termijn zou plaatsvinden. Verzoeker heeft verklaard de helft van de huur van augustus te betalen en de volledige huur van september uiterlijk 1 september te voldoen. Daarnaast is een beschermingsbewind aangevraagd en wordt schuldhulpverlening ingezet om een minnelijk traject te starten.
De belangenafweging tussen verzoeker en verweerster (Stichting Woonbron) leidt tot toewijzing van het moratorium voor zes maanden, onder de voorwaarde dat de lopende termijnen tijdig worden voldaan. Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw. De huurovereenkomst wordt verlengd voor de duur van de voorziening.
Uitkomst: De rechtbank wijst het moratorium toe en schort de ontruiming van de huurwoning voor zes maanden onder de voorwaarde dat de lopende huurtermijnen tijdig worden voldaan.