De rechtbank Rotterdam behandelde een geschil over de verdeling van de nalatenschap van de moeder van partijen, broer en zus. Na een tussenvonnis van 10 maart 2021 werd de procedure voortgezet om onduidelijkheden over banktegoeden, uitgaven en de waardering van roerende zaken op te helderen.
De rechtbank stelde vast dat het resterende banksaldo na verrekening van uitgaven en voorschotten nihil was, met een klein bedrag dat door de zus was voorgeschoten en bij verrekening betrokken moest worden. De rente op bankrekeningen werd geschat op €8.614,95. Voor de roerende zaken werd het motorjacht aan de zus toegekend voor een waarde van €25.000, de Mercedes C180 eveneens aan haar voor €11.000, terwijl de broer de boeken en een halsketting ter waarde van €1.950 kreeg. De sieraden werden verdeeld tussen partijen.
Uiteindelijk werd vastgesteld dat de waarde van de toebedeling aan de zus hoger was dan die aan de broer, zodat de zus een bedrag van €21.062,88 aan de broer moet betalen, vermeerderd met wettelijke rente. Proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis werd op 15 september 2021 gewezen door mr. C. van Steenderen-Koornneef.