ECLI:NL:RBROT:2021:9068
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten na intrekking beroep tegen boetebesluit Wet dieren
Verzoekster kreeg op 29 november 2019 een boete van € 4.500,- opgelegd wegens een overtreding van de Wet dieren. Na bezwaar verklaarde de minister dit bezwaar ongegrond. Verzoekster stelde beroep in tegen dit besluit. Vervolgens herzag de minister het bestreden besluit en herroept het boetebesluit, waarna verzoekster het beroep introk.
De rechtbank stelt vast dat verzoekster proceskosten heeft gemaakt en dat de minister haar tegemoet is gekomen door het boetebesluit te herroepen. De rechtbank veroordeelt de minister daarom tot vergoeding van de proceskosten die verzoekster redelijkerwijs heeft moeten maken in de beroepsprocedure.
De vergoeding wordt vastgesteld op € 748,- voor de beroepsprocedure, naast de reeds toegekende € 1.496,- voor de bezwaarprocedure. Ook dient de minister het betaalde griffierecht van € 354,- te vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting op 22 september 2021.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster na intrekking van het beroep.