Op 17 februari 2021 werd verdachte staande gehouden bij een verkeerscontrole op de N3 bij Dordrecht. Tijdens de controle bleek dat verdachte geen rijbewijs kon tonen, waarna een identiteitscontrole en fouillering plaatsvonden. Bij het inspecteren van de auto viel op dat het zijpaneel van het bestuurdersportier loszat en schroeven ontbraken, wat aanleiding gaf tot een doorzoeking op grond van de Opiumwet. In de auto werden twee pakketten met in totaal 1988,3 gram heroïne aangetroffen.
De verdediging voerde aan dat de doorzoeking onrechtmatig was omdat er geen geldige reden was voor een identiteitscontrole en dat de verdachte geen wetenschap had van de drugs. De rechtbank oordeelde echter dat de doorzoeking rechtmatig was en dat de verdachte wetenschap en beschikkingsmacht over de drugs had, mede gelet op zijn verklaring en de omstandigheden van de vondst.
Verdachte werd bewezen verklaard het primair ten laste gelegde feit te hebben begaan, namelijk het opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland brengen van heroïne. De rechtbank hield rekening met de ernst van het feit, het gevaar van heroïnegebruik en eerdere veroordelingen van verdachte in Frankrijk. De straf werd vastgesteld op 18 maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest.
Daarnaast werd de teruggave van de inbeslaggenomen personenauto aan de rechthebbende bevolen. De rechtbank verwierp het scenario van verdachte dat hij niet op de hoogte was van de drugs en sprak hem vrij van overige tenlasteleggingen.