Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
beschikking ondertoezichtstelling
de Raad voor de Kinderbescherming,
[naam minderjarige 1] ,
[naam moeder] ,
[naam vader] ,
Het procesverloop
De feiten
Het verzoek
De standpunten
De beoordeling
De beslissing
Den Haag.
Rechtbank Rotterdam
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht op 2 juli 2021 om ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen, geboren in 2006 en 2013, vanwege ernstige bedreiging van hun ontwikkeling door langdurige conflicten tussen de ouders. De kinderen wonen bij de moeder, maar ervaren problemen door het voortdurende wantrouwen en de communicatieproblemen tussen de ouders.
Tijdens de zitting op 11 augustus 2021, die met gesloten deuren plaatsvond, werden de ouders, de kinderen, vertegenwoordigers van de Raad en de gecertificeerde instelling gehoord. De Raad en de gecertificeerde instelling benadrukten dat de kinderen klem zitten in de strijd tussen de ouders, die elkaar wantrouwen en niet in staat zijn afspraken te maken over omgang en verzorging.
Beide ouders erkenden de problematiek en steunden het verzoek om ondertoezichtstelling. De moeder gaf aan dat met name het oudste kind psychisch is getroffen door de situatie en dat zij zelf hulpverlening wenst. De vader uitte zorgen over de thuissituatie bij de moeder en stelde dat de moeder afspraken niet nakomt.
De kinderrechter concludeerde dat de kinderen ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd en dat hulpverlening noodzakelijk is om de communicatie tussen de ouders te verbeteren en om de ouders en kinderen individueel te ondersteunen. De beschikking tot ondertoezichtstelling werd voor de duur van twaalf maanden vastgesteld, met ingang van 11 augustus 2021 tot 11 augustus 2022.
Uitkomst: De kinderrechter stelt de kinderen onder toezicht voor twaalf maanden wegens ernstige bedreiging van hun ontwikkeling door ouderlijke conflicten.