Verzoeker heeft een schuldregeling aangeboden aan zijn schuldeisers, waaronder de gemeente Rotterdam, die weigert in te stemmen met het akkoord voor vier van haar negen preferente vorderingen ter waarde van €10.491,27. De regeling voorziet in een betaling van 4,64% aan preferente en 2,32% aan concurrente schuldeisers, gebaseerd op de NVVK-norm en de beperkte afloscapaciteit van verzoeker vanwege ziekte en arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank heeft vastgesteld dat zestien van de zeventien schuldeisers met het akkoord instemmen en dat het voorstel deskundig is getoetst en goed onderbouwd. De gemeente Rotterdam beroept zich op artikel 60c Participatiewet en weigert finale kwijting te verlenen voor vorderingen die niet te goeder trouw zijn ontstaan.
De rechtbank oordeelt dat de belangen van verzoeker en de overige schuldeisers zwaarder wegen dan die van de gemeente Rotterdam. De aangeboden regeling levert een beter resultaat op dan een schuldsaneringsregeling, die hogere kosten met zich brengt en pas aan het einde uitkeert. Daarom beveelt de rechtbank de gemeente Rotterdam om in te stemmen met de schuldregeling en wijst het verzoek tot schuldsaneringsregeling af.