ECLI:NL:RBROT:2021:8374

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
30 juli 2021
Publicatiedatum
25 augustus 2021
Zaaknummer
18.756 EA
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 350 lid 1 en 3 sub a Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning schone lei bij beëindiging schuldsaneringsregeling wegens kinderopvangtoeslagaffaire

De rechtbank Rotterdam behandelde op 30 juli 2021 de beëindiging van de schuldsaneringsregeling van schuldenares, die door de Belastingdienst is erkend als gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire. De bewindvoerder rapporteerde dat de tekortkomingen in de nakoming van de regeling waren hersteld en dat schuldenares het bedrag van €30.000 had ontvangen.

De rechtbank constateerde dat schuldenares niet toerekenbaar tekortgeschoten was in haar verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling en dat geen schuldeiser bezwaar maakte tegen de beëindiging met toekenning van de schone lei. De schulden zijn nog niet betaald door de Belastingdienst, waardoor beëindiging op grond van artikel 350 lid 1 en Pro 3 sub a Fw nog niet aan de orde was.

Gezien het inzicht van schuldenares in de gevolgen en de verstreken duur van de regeling, verleende de rechtbank de schone lei. Het salaris van de bewindvoerder werd vastgesteld op maximaal €3.328,95. De regeling eindigt formeel zodra de Belastingdienst de geverifieerde schulden en kosten heeft voldaan, waarna de schuldsaneringsregeling definitief wordt afgesloten.

Uitkomst: De rechtbank verleent de schone lei en beëindigt de schuldsaneringsregeling onder voorwaarden.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
verlening schone lei
insolventienummer: [nummer]
uitspraakdatum: 30 juli 2021
Bij vonnis van deze rechtbank van 12 juli 2018 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van:
[schuldenares] ,
[adres]
[postcode] [woonplaats] ,
schuldenares,
bewindvoerder: mr. J. Perez Herrera.

1..De procedure

De beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling is behandeld ter terechtzitting (pro forma). De bewindvoerder heeft schriftelijk verslag uitgebracht.

2..De standpunten

De bewindvoerder heeft bij brief van 21 juli 2021 bericht dat schuldenares door de Belastingdienst is aangemerkt als gedupeerde van de toeslagenaffaire en dat zij het bedrag van € 30.000,-- inmiddels heeft ontvangen.
In de laatste stand van zaken van 8 juli 2021 heeft de bewindvoerder kenbaar gemaakt dat de tekortkomingen in de informatie- en afdrachtsverplichting inmiddels zijn aangezuiverd door schuldenares.
Bij brief van 21 juli 2021 heeft de bewindvoerder bericht dat hij heeft gesproken met schuldenares over de mogelijke wijze van beëindiging van de schuldsaneringsregeling, te weten een beëindiging met toekenning van een schone lei of een beëindiging op grond van artikel 350 lid 1 en Pro 3 sub a Faillissementswet (hierna: Fw). Daarbij heeft de bewindvoerder de voor- en nadelen van beide opties aan schuldenares voorgehouden. Schuldenares heeft aan de bewindvoerder kenbaar gemaakt dat zij voor een schone lei in aanmerking wenst komen en zich bewust is van de gevolgen daarvan. De bewindvoerder ondersteunt het verzoek van schuldenares.

3..De beoordeling

De rechtbank oordeelt dat schuldenares niet (toerekenbaar) in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten. Geen van de schuldeisers heeft redenen aangevoerd om tot een ander oordeel te komen.
De rechtbank constateert dat schuldenares door de Belastingdienst is aangemerkt als gedupeerde van de kinderopvangtoeslag-affaire. De Belastingdienst heeft schriftelijk bevestigd dat hij de geverifieerde schulden van schuldenares zal betalen. Blijkens het Besluit compensatie gedupeerden in schuldentraject van de Staatssecretaris van Financiën van 28 mei 2021, in werking getreden met ingang van 2 juni 2021 zal met de betaling van de schulden nog geruime tijd gemoeid zijn (volgens het Besluit na indiening van de aanvraag daartoe door de bewindvoerder nog (maximaal) acht weken).
Ten tijde van het wijzen van het vonnis zijn de schulden nog niet betaald zodat van een situatie van artikel 350 lid 1 en Pro 3 sub a Fw (nog) geen sprake is.
Nu geen sprake is van (toerekenbare) tekortkomingen in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen, schuldenares blijk heeft gegeven van inzicht in de gevolgen van beëindiging van de schuldsaneringsregeling door middel van de “schone lei” (in plaats van op grond van artikel 350 lid 1 en Pro 3 sub a Fw op termijn) en de duur van de schuldsaneringsregeling reeds geruime tijd verstreken is, ziet de rechtbank aanleiding om aan schuldenares de schone lei te verlenen.
De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen.
De verificatievergadering heeft inmiddels plaatsgevonden op 16 juni 2021. De financiële afwikkeling van de schuldsaneringsregeling kan pas plaatsvinden zodra de geverifieerde schulden en de kosten van de schuldsaneringsregeling door de Belastingdienst zijn voldaan. Zodra de bewindvoerder uit de betaling van de Belastingdienst alle geverifieerde schulden en de kosten van de schuldsaneringsregeling kan voldoen zal de bewindvoerder daartoe overgaan. Vervolgens kan de schuldsaneringsregeling formeel worden beëindigd.

4..De beslissing

De rechtbank:
- stelt vast dat schuldenares niet toerekenbaar in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten;
  • bepaalt dat de toepassing van de schuldsaneringsregeling eindigt op het moment dat de slotuitdelingslijst verbindend is geworden, doch dat de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen van schuldenaar eindigen op 12 juli 2021;
  • verleent de zogenoemde “schone lei” waardoor de na de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling bestaande vorderingen ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt, voor zover deze onvoldaan zijn gebleven, niet langer afdwingbaar zijn;
- stelt het salaris van de bewindvoerder, één en ander inclusief onkosten en omzetbelasting, vast op het aanwezig actief tot een bedrag van maximaal
€ 3.328,95;
Dit vonnis is gewezen door mr. J.C.A.T. Frima, rechter, en in aanwezigheid van mr. K. de Ridder, griffier in het openbaar uitgesproken op 30 juli 2021. [1]

Voetnoten

1.Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.