ECLI:NL:RBROT:2021:8070

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
6 augustus 2021
Publicatiedatum
17 augustus 2021
Zaaknummer
ROT 21/396
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontslag op eigen verzoek bevestigd ondanks gezondheidsproblemen en hoorproces

Eiser was van 11 mei tot 28 mei 2020 in dienst als Assistent Beveiliging A bij de politie-eenheid Den Haag en verzocht om ontslag op eigen verzoek. Verweerder verleende dit ontslag bij besluit van 27 mei 2020 en verklaarde het bezwaar van eiser tegen dit besluit ongegrond bij besluit van 18 januari 2021. Eiser stelde dat hij door de diagnose huidkanker bij zichzelf en zijn moeder niet in staat was zijn ontslagverzoek te overzien en dat de hoorzitting in bezwaar onzorgvuldig en eenzijdig was verlopen.

De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd dat hij door zijn psychische toestand niet begreep wat hij deed en welke gevolgen het ontslagverzoek had. Verweerder had voldoende met eiser gesproken over zijn ontslagintentie en had geen kennis van zijn privéomstandigheden. De reden van het ontslagverzoek is niet relevant zolang het verzoek vrijwillig is gedaan.

Verder werd de hoorzitting in bezwaar aanvankelijk via video gehouden, maar vanwege technische problemen omgezet naar telefonisch horen. Ondanks de geluidkwaliteit en het ongemak slaagde eiser erin zijn standpunten over te brengen, die ook in het verslag zijn opgenomen. De rechtbank vindt geen aanwijzingen voor onjuiste verslaglegging of onvoldoende hoorrecht.

Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.

Uitkomst: Het beroep tegen het ontslag op eigen verzoek wordt ongegrond verklaard en het ontslag bevestigd.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Zittingsplaats Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 21/396

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 augustus 2021 in de zaak tussen

[naam eiser] , te [woonplaats eiser] , eiser,

en

de korpschef van politie, verweerder,

gemachtigde: mr. drs. M.J.M. Suijs.

Procesverloop

Bij besluit van 27 mei 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder eiser op eigen verzoek ontslag verleend.
Bij besluit van 18 januari 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 augustus 2021. Eiser is verschenen, vergezeld door [naam 1]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser was vanaf 11 mei 2020 tot 28 mei 2020 als Assistent Beveiliging A bij verweerders Eenheid Den Haag in dienst. Aan eiser is bij het primaire besluit op eigen verzoek ontslag verleend.
2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder, onder verwijzing naar het advies van de Bezwaaradviescommissie HRM (BAC), het primaire besluit gehandhaafd. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat hij terecht eiser op eigen verzoek ontslag heeft verleend. Met eiser is voldoende gesproken over zijn voornemen om ontslag te nemen. Ook is er geprobeerd om de door eiser ondervonden problemen met de opleiding op te lossen door hem fysieke boeken aan te bieden, maar eiser heeft die oplossing afgewezen. Verder vindt verweerder de reden van eisers ontslagverzoek van ondergeschikt belang, omdat het een ontslag op eigen verzoek is en niet een ontslag vanwege het niet behalen van de opleiding. Eiser heeft om meerdere redenen om ontslag verzocht en niet alleen vanwege de problemen met de opleiding. In het bestreden besluit heeft verweerder op advies van de BAC de ontslagdatum in 28 mei 2020 gewijzigd.
Ontslag op eigen verzoek
3.1
Eiser voert aan dat wat [naam 2] ( [naam 2] ), Operationeel Expert Beveiliging, in het verweerschrift in bezwaar over hem heeft geschreven niet waar is, dat [naam 3] ( [naam 3] ), Operationeel Specialist C, dit aan de BAC heeft bevestigd, maar dat de BAC het toch in haar advies heeft opgenomen. Ook heeft [naam 2] het gesprek van 19 mei 2020 uit zijn context gehaald. Verder voert eiser aan dat hij in het telefonisch gesprek van 26 mei 2020 met [naam 2] niet over privézaken kon praten, omdat hij op de luidspreker stond en er andere mensen meeluisterden. Hierdoor kon hij niet vertellen dat hij net had gehoord dat hij huidkanker had en dat ook zijn moeder kanker had. Vanwege dit nieuws was eiser zichzelf niet. Daarnaast voert eiser aan dat het motto van [naam 4] ( [naam 4] ), docent Kerninstructie BHV, is dat je aan de bel moet trekken als je er niet uitkomt of vastloopt. Toen eiser dit deed omdat zijn opleiding niet goed ging, werd hij zwart/wit genoemd. Eiser betreurt dit, omdat hij voor kwaliteit staat.
3.2
Uit wat eiser heeft aangevoerd begrijpt de rechtbank dat eiser niet ontkent dat hij om ontslag heeft verzocht maar van mening is dat verweerder hem niet aan dat verzoek mocht houden. De rechtbank is van oordeel dat verweerder eiser wel aan zijn ontslagverzoek mocht houden en legt dat hieronder uit.
3.3
Eiser heeft geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat hij omstreeks 26 mei 2020 door zijn diagnose en die van zijn moeder in een dusdanige psychische toestand verkeerde dat hij niet in staat was om in te zien wat hij deed en welke gevolgen er aan zijn ontslagverzoek zijn verbonden. Uit het bericht waarmee eiser om ontslag heeft verzocht blijkt juist dat hij al overwoog om ontslag te nemen en er vervolgens eerst een nachtje over heeft geslapen voordat hij daadwerkelijk tot zijn ontslagverzoek is overgegaan.
3.4
Daarbij was verweerder bij het ontslag ook niet op de hoogte van eisers privéomstandigheden. In dat verband heeft eiser verklaard dat hij in het telefoongesprek met [naam 2] op de luidspreker stond en er ook andere mensen aanwezig waren en dat hij daarom niet over zijn privéomstandigheden kon praten. Verder leiden de omstandigheden waaronder de opleiding vanwege de coronamaatregelen moest worden gevolgd niet tot de conclusie dat verweerder eiser niet aan zijn ontslagverzoek mag houden. Eiser is immers geen ontslag verleend vanwege zijn prestaties op de opleiding, maar hem is ontslag op zijn verzoek verleend. Bovendien hebben zowel [naam 2] als [naam 3] nog met eiser gesproken over zijn voornemen om ontslag te nemen. Zolang het verzoek uit vrije wil is gedaan, is de achterliggende reden van het ontslagverzoek niet aan de rechtbank om te beoordelen.
Horen in bezwaar
4
4.1
Eiser voert aan dat de hoorzitting in bezwaar moeizaam en eenzijdig is verlopen. Zo kwam de hoorzitting via Microsoft Teams niet van de grond en werd de hoorzitting twee keer onderbroken, omdat het beeld en geluid zeer slecht was waardoor de commissieleden niet alles meekregen. Hierna werd eiser via de telefoon door een medewerker van de BAC verzocht om zijn computer uit te schakelen en om telefonisch aan de hoorzitting deel te nemen.
4.2
Uit wat eiser heeft aangevoerd begrijpt de rechtbank dat eiser niet ontkent dat hij met de videohoorzitting heeft ingestemd, maar dat hij van mening is dat hij onvoldoende in de gelegenheid is gesteld om te worden gehoord en dat er geen juiste verslaglegging heeft plaatsgevonden waardoor het bestreden besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen. De rechtbank ziet echter geen reden om te oordelen dat eiser onvoldoende in de gelegenheid is gesteld om te worden gehoord of dat het verslag van de hoorzitting onvolledig is en legt hieronder uit waarom.
4.3
Uit het verslag van de hoorzitting blijkt duidelijk dat eiser en verweerder beiden aan het woord zijn geweest. Van een eenzijdige hoorzitting is dan ook geen sprake.
4.4
Uit het verslag van de hoorzitting blijkt eiser zijn visie op de gesprekken heeft gegeven die hij met [naam 2] en met [naam 3] over de opleiding en het ontslag heeft gevoerd. In tegenstelling tot wat eiser aanvoert staat ook zijn visie op zijn gesprek met [naam 4] in het verslag vermeld. Verder heeft eiser het standpunt verwoord dat hij op tijd kenbaar heeft gemaakt dat hij problemen met de opleiding ondervond. Wat in het verslag van de hoorzitting is vermeld, komt in essentie overeen met wat eiser in beroep heeft aangevoerd. Klaarblijkelijk is eiser er dus wel in geslaagd om zijn standpunten aan de BAC over te brengen, ondanks dat de hoorzitting tussentijds van een videohoorzitting naar telefonisch horen is omgezet en de tijd die daarmee gemoeid ging, de kwaliteit van het geluid en het ongemak dat eiser bij het telefonisch horen heeft ervaren.
4.5
Verder is van belang dat het verslag van de hoorzitting een samenvatting op hoofdpunten en niet een woordelijk verslag is. Dat de BAC de medische situatie van eiser en zijn moeder als privéomstandigheden heeft samengevat en dat in het verslag niets over de kwaliteit van de video- en telefoonverbinding is vermeld, leidt dan ook niet tot een onjuiste verslaglegging. Daarnaast ziet de rechtbank in het verslag van de hoorzitting niet vermeld staan dat eiser een onjuiste keuze heeft gemaakt om bij de politie te solliciteren. Ook verder in het advies wordt dit niet door de BAC opgemerkt.
Conclusie
5
5.1
Het beroep is ongegrond.
5.2
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Vrolijk, rechter, in aanwezigheid van
mr. P.F.H.M. Terstegge, griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 6 augustus 2021.
griffier rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.