Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..De procedure
2..De verdere beoordeling
Het tussenvonnis
- waarde van het onteigende € 260.000,00
- waardevermindering van het overblijvende nihil
- premie uit handen breken € 26.000,00
- aankoopkosten vervangend onroerend goed/ € 28.600,00
- huurderving
- totaalbedrag schadeloosstelling € 330.500,00
- bij de waardering van het onteigende moet het bestemmingsplan (en de realisatie daarvan op onder meer het onteigende) worden weggedacht;
- bij de waardering van het onteigende moet worden uitgegaan van de op de peildatum geldende bestemming wonen;
- bij de waardering van het onteigende moet de negatieve invloed van de leegstand, die het gevolg is van de (naderende) uitvoering van het bestemmingsplan, worden geëlimineerd;
- bij de waardering van het onteigende speelt de complexwaarde geen rol;
- bij de waardering van het onteigende is uitgegaan van de verhuurde staat (van de appartementen) op de peildatum;
- bij de waardering van het onteigende is uitgegaan van een zogenaamde “buy to let koper” (een koper die onroerend goed koopt om dat vervolgens te verhuren);
- bij de waardering van het onteigende is uitgegaan van de vergelijkingsmethode, met verdiscontering van de funderingsproblematiek;
- de door de deskundigen vermelde huur- en koopreferentietransacties (bijlage 4 bij het deskundigenrapport).
- de facturen (inclusief geschatte kosten schadeloosstellingspleidooi en griffierecht) van mr. Sluysmans van € 12.149,34 (inclusief BTW);
- de facturen (inclusief geschatte kosten schadeloosstellingspleidooi) van [naam 3] van [naam bedrijf] (hierna: [naam 3]) van € 27.004,48 inclusief BTW.