ECLI:NL:RBROT:2021:7679

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
7 juni 2021
Publicatiedatum
5 augustus 2021
Zaaknummer
C/10/617625 / JE RK 21-1127
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarigen wegens kwetsbare thuissituatie en hulpverlening

De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van drie minderjarigen tot 20 december 2021. De minderjarigen wonen bij hun moeder, die het ouderlijk gezag samen met de vader uitoefent. De vader kampt met een kwetsbare psychische gezondheid en is opgenomen geweest bij een psychiatrische instelling. Hij voelt zich depressief en is niet verschenen bij de zitting.

Er zijn zorgen over het gedrag en middelengebruik van de oudste minderjarige, die in behandeling is bij de Fortagroep en het FACT-team. De andere minderjarigen vertonen gedragsproblemen en ADHD, en er is spanning over het contact met de vader. De moeder steunt het verzoek en uit zorgen over de veiligheid en stress veroorzaakt door de bezoekregeling met de vader.

De kinderrechter oordeelt dat het wettelijke criterium voor verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kwetsbare thuissituatie en de beginfase van de hulpverlening maken verlenging noodzakelijk. De rechter benadrukt het belang van contact tussen minderjarigen en beide ouders, maar respecteert het huidige contactweigering van de kinderen. De ondertoezichtstelling wordt verlengd met zes maanden, met het oog op afronding van de hulpverlening en overdracht aan het wijkteam.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de drie minderjarigen wordt verlengd tot 20 december 2021.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/617625 / JE RK 21-1127
Datum uitspraak: 7 juni 2021

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
betreffende

[naam minderjarige 1] ,

geboren op [geboortedatum minderjarige 1] 2006 te [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 1] ,

[naam minderjarige 2] ,

geboren op [geboortedatum minderjarige 2] 2008 te [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 2] ,

[naam minderjarige 3] ,

geboren op [geboortedatum minderjarige 3] 2009 te [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 3] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen: de moeder, wonende te [woonplaats] ,

[naam vader] ,

hierna te noemen: de vader, wonende te [woonplaats] .

Het procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de GI van
28 april 2021, ingekomen bij de griffie op 28 april 2021.
Op 7 juni 2021 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden en heeft de kinderrechter de zaak met gesloten deuren behandeld. Verschenen zijn:
- [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] , die voorafgaand aan de zitting apart zijn gehoord;
- de moeder;
- [persoon A] namens de GI.
[voornaam minderjarige 1] heeft tijdens het kindverhoor een brief overgelegd, ter voeging in het dossier.
Opgeroepen en niet verschenen is:
- de vader.
De feiten
Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] wordt uitgeoefend door de ouders.
[voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] wonen bij de moeder.
Bij beschikking van 20 december 2019 zijn [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] onder toezicht gesteld tot 20 december 2020.
Bij beschikking van 7 december 2020 is de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] verlengd tot 20 juni 2021.

Het verzoek

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] te verlengen met zes maanden, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
Ter zitting heeft de GI het verzoek gehandhaafd en als volgt toegelicht.
Er zijn zorgen over de kwetsbare psychische gezondheid van de vader. De vader is opgenomen geweest bij de Bavo. Aan de jeugdbeschermer heeft de vader laten weten dat hij zich op dit moment depressief voelt en om die reden niet ter zitting aanwezig zal zijn. De vader is teleurgesteld dat de kinderen niet meer bij hem op bezoek willen komen. Hij verwijt de moeder dat zij de kinderen bij hem weg houdt. De bezoekregeling (drie weekenden per maand) komt steeds meer onder druk te staan.
Daarnaast zijn er zorgen over de minderjarigen, met name over [voornaam minderjarige 1] . Het gedrag van [voornaam minderjarige 1] en haar middelengebruik zorgen voor spanningen in de thuissituatie. [voornaam minderjarige 1] is aangemeld voor behandeling bij de Fortagroep. De spoedpoli heeft op haar beurt het FACT- team (Parnassia) ingezet - voor stabiliteit in de gezinssituatie en verslavingszorg. Er heeft al een intakegesprek plaatsgehad en op 11 juni 2021 vindt het tweede intakegesprek plaats. Vanuit de school is een aanmelding voor het ‘maatjestraject’ gedaan. Deze begeleider doet leuke dingen met [voornaam minderjarige 1] .
[voornaam minderjarige 2] raakt ‘ondergesneeuwd’ . Hij benoemt incidenten die hij in de thuissituatie bij de vader heeft waargenomen en hij lijkt zich zorgen te maken om zijn vader.
Bij [voornaam minderjarige 3] is ADHD gediagnosticeerd. Hij staat onder behandeling van Lucertis. Op school is er sprake van druk gedrag en concentratieproblemen. [voornaam minderjarige 3] kan uit het niets over dingen vertellen die in het verleden zijn gebeurd. De zorgen over [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] hebben voornamelijk betrekking op (het ontbreken van) contact met de vader.
De bedoeling is dat in de komende zes maanden wordt toegewerkt naar een overdracht van het gezin aan het wijkteam.

Het standpunt van de moeder

De moeder heeft te kennen gegeven dat zij zich met het verzoek kan verenigen. Zij heeft veel zorgen over de veiligheid van de thuissituatie bij de vader. Er zijn meerdere incidenten geweest, waar de minderjarigen bij aanwezig waren. De bezoekregeling met de vader geeft de minderjarigen veel stress. Ook de moeder en haar man voelen zich door de vader onder druk gezet. Wat men ook doet, de vader houdt zich niet aan de afspraken. Sinds [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] geen contact meer met de vader hebben, zijn zij rustiger geworden. Zij hebben te kennen gegeven dat zij voorlopig geen contactherstel willen. De moeder wil de minderjarigen wel motiveren contact met hun vader te hebben, maar geen druk op hen uitoefenen. De moeder heeft de wens om het eenhoofdig gezag over haar kinderen te krijgen en ze heeft hiervoor al stappen ondernomen.

De beoordeling

Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van Pro het Burgerlijk Wetboek. De moeder weerspreekt dit ook niet.
Gebleken is dat de opvoedsituatie van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] nog kwetsbaar is. De kwetsbare psychische gezondheid van de vader, de belaste voorgeschiedenis van de moeder en de mogelijke trauma’s van de minderjarigen zorgen voor spanningen in de opgroei- en opvoedsituatie.
Gelet op de toename van de zorgen is [voornaam minderjarige 1] voor verschillende vormen van hulpverlening aangemeld. De hulpverlening is echter nog in de beginfase. [voornaam minderjarige 1] staat nog op de wachtlijst voor behandeling bij de Fortagroep en voor het FACT-team heeft zij het eerste intakegesprek gehad. Wel is het ‘maatjestraject’ van start gegaan, waarbij zij samen met een jongerenwerker leuke dingen doet.
Voor de ontwikkeling van de minderjarigen acht de kinderrechter het van belang dat de minderjarigen contact met beide ouders onderhouden. [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 1] hebben aangegeven dat zij voorlopig geen contact meer met de vader willen. De kinderrechter vindt het belangrijk dat zij zich prettig voelen bij het contact met hun vader en dat hun belang in deze voorop staat. Het risico is echter dat als er langere tijd geen contact meer zal zijn, het tot een definitieve breuk met de vader zou kunnen komen.
Om de hulpverlening te waarborgen en de situatie betreffende de omgang van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] met de vader in goede banen te leiden, acht de kinderrechter een verlenging van de ondertoezichtstelling noodzakelijk. De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] verlengen voor de duur van zes maanden. In de komende periode kan dan ook worden toegewerkt naar een afsluiting van de ondertoezichtstelling en de overdracht van het gezin aan het wijkteam.

De beslissing

De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] tot 20 december 2021;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 juni 2021 door
mr. J.C.M. Persoon, kinderrechter, in tegenwoordigheid van M.A. den Hartog, als griffier.
Deze beslissing is schriftelijk vastgesteld op 22 juni 2021.
De kinderrechter is buiten staat verklaard
deze beschikking te ondertekenen.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.