De werknemer, werkzaam als Batch Prep Operator bij DuPont, verscheen op 15 maart 2021 met verkoudheidsklachten op het werk en negeerde het advies van meerdere collega’s om naar huis te gaan. De volgende dag meldde hij zich ziek en testte positief op het coronavirus. DuPont verzocht ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens verwijtbaar handelen en een verstoorde arbeidsverhouding.
De kantonrechter oordeelde dat het handelen van de werknemer verwijtbaar was, omdat hij in strijd met de interne coronaregels en Rijksoverheid richtlijnen handelde. Desondanks was dit niet voldoende voor ontbinding op grond van verwijtbaar handelen alleen. Wel was de arbeidsverhouding ernstig verstoord doordat het vertrouwen van collega’s en leidinggevenden was geschaad, mede doordat de werknemer geen berouw toonde en de verklaringen van collega’s betwistte.
De arbeidsovereenkomst werd ontbonden op de g-grond (verstoorde arbeidsverhouding) met inachtneming van de wettelijke opzegtermijn. De werknemer kreeg recht op een transitievergoeding van €23.311,68, maar geen billijke vergoeding. Partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.