ECLI:NL:RBROT:2021:760
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering ontruiming wegens ontbreken spoedeisend belang bij inrichting fitnessruimte in opslagruimte
Marcan Vastgoed B.V. vordert in kort geding ontruiming van een gehuurde bedrijfsruimte die door huurder [gedaagde 1] is ingericht als fitnessruimte, in strijd met de contractuele bestemming als opslagruimte. Marcan stelt dat hierdoor de huurovereenkomst is geschonden en dat sprake is van een gevaarzettende situatie en overtreding van COVID-19 regels, waardoor spoedeisend belang bestaat.
De kantonrechter stelt vast dat de fitnessruimte inmiddels is ontmanteld en het gehuurde in oude staat is teruggebracht, hetgeen door Marcan onvoldoende is weersproken. Ook is onvoldoende aannemelijk dat nog een gevaarzettende situatie of overtreding van COVID-19 regels bestaat. De vrees voor herhaling wordt betwist en onvoldoende onderbouwd.
Daarom ontbreekt een spoedeisend belang voor ontruiming en worden de vorderingen afgewezen. Wel wordt [gedaagde 1] veroordeeld tot vergoeding van de kosten van dagvaarding en griffiegeld aan Marcan, omdat hij naliet de fitnessruimte direct af te breken ondanks kennis van de overtreding.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang; [gedaagde 1] wordt veroordeeld tot vergoeding van dagvaardingskosten en griffiegeld.