Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..De procedure
- verzoeker;
- mevrouw [persoon A] , werkzaam bij de Kredietbank Rotterdam (hierna: schuldhulpverlening);
- de heer [persoon B] , tolk namens verzoeker.
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft een schuldregeling aangeboden aan zijn schuldeisers, waarbij twaalf van de dertien schuldeisers instemden, maar de gemeente Rotterdam niet. Verzoeker kon slechts een beperkt percentage van de schulden aflossen, gebaseerd op zijn Participatiewet-uitkering en met steun van schuldhulpverlening.
De gemeente Rotterdam weigerde mee te werken vanwege haar beleid en de toepassing van artikel 60c Participatiewet, omdat zij van mening was dat de vorderingen niet te goeder trouw waren ontstaan. De rechtbank beoordeelde of deze weigering redelijk was, waarbij zij rekening hield met de belangen van verzoeker en de overige schuldeisers.
De rechtbank stelde vast dat verzoeker geen betaald werk heeft en dat het onwaarschijnlijk is dat hij op korte termijn werk zal vinden, mede door taalbarrières en gebrek aan diploma's. De aangeboden regeling is door een onafhankelijke partij getoetst en wordt als het uiterste gezien wat verzoeker kan bieden.
De rechtbank oordeelde dat de belangen van verzoeker en de meerderheid van schuldeisers zwaarder wegen dan die van de gemeente Rotterdam, en dat de weigering van de gemeente disproportioneel is. Daarom beveelt de rechtbank de gemeente Rotterdam tot instemming met de schuldregeling en wijst het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling af.
De gemeente wordt veroordeeld in de proceskosten, die nihil zijn vanwege het ontbreken van griffierecht en advocaatkosten. Het vonnis treedt in de plaats van vrijwillige instemming en is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de gemeente Rotterdam in te stemmen met de aangeboden schuldregeling en wijst het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling af.