Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
- Het exploot van dagvaarding van 20 april 2021, met producties;
- Het exploot van dagvaarding van 15 juli 2021, met producties.
Rechtbank Rotterdam
In deze kortgedingprocedure vordert de verhuurster ontruiming van een winkel- en magazijnruimte wegens een huurachterstand van ruim zeventien maanden, alsmede betaling van achterstallige huur, contractuele boete, incassokosten en rente. De huurder is niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd.
De kantonrechter stelt vast dat de huurder correct is opgeroepen en verleent verstek. Gezien de omvang van de huurachterstand en het spoedeisend belang van de verhuurster bij het vinden van een nieuwe huurder, wordt de vordering tot ontruiming toegewezen. De gevorderde toekomstige huurtermijnen en boetes worden echter afgewezen omdat het gehuurde grotendeels is ontruimd.
Verder oordeelt de kantonrechter dat zowel de contractuele boete als wettelijke rente niet gelijktijdig kunnen worden gevorderd voor dezelfde vertragingsschade, waardoor de rente pas vanaf 1 augustus 2021 wordt toegewezen. De huurder wordt veroordeeld tot betaling van de achterstallige huur, boete, incassokosten en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming en betaling van achterstallige huur, boete en incassokosten, met rente vanaf 1 augustus 2021.