Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..Onderzoek op de terechtzitting
2..Tenlastelegging
3..Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 365 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 165 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van vijf jaar en als bijzondere voorwaarden dat de verdachte zich zal gedragen naar de aanwijzingen van de reclassering, met daarin de verplichting mee te werken aan behandeling met kortdurende klinische opname en ambulante behandeling daarna, een locatieverbod voor [plaats] en omgeving ondersteund door elektronische monitoring (aan te sluiten in de PI) gedurende de periode van vijf jaar;
- een maatregel als bedoeld in 38v Sr te weten een contactverbod met aangeefster en een locatieverbod voor heel [plaats] en een straal van 10 km rondom de woning van aangeefster, zoals in het EC Deelrapport van de RN is opgenomen. Het contact- en het locatieverbod voor de maximale periode van vijf jaar, voor elke overtreding van dat contact- of locatieverbod een bestraffing met vervangende hechtenis telkens twee weken, maximaal zes maanden in totaal;
- de bijzondere voorwaarden en de vrijheidsbeperkende maatregelen van artikel 38v lid 4 Sr direct uitvoerbaar te verklaren.
4..Waardering van het bewijs
5..Strafbaarheid feit
6..Strafbaarheid verdachte
7..Motivering straf en maatregel
8..Toepasselijke wettelijke voorschriften
9..Bijlagen
10..Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 365 (driehonderd vijfenzestig) dagen;
188 (honderd achtentachtig) dagenniet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de
18 juni 2021) waarop de totale duur van de tot dan toe ondergane verzekering en voorlopige hechtenis gelijk zal zijn aan die van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf;