ECLI:NL:RBROT:2021:7273
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Eiseres was werkzaam als medewerker groenvoorziening en meldde zich ziek in november 2012. Na een loongerelateerde werkhervattingsuitkering werd deze omgezet in een loonaanvullingsuitkering. In 2019 verzocht eiseres om herbeoordeling van haar arbeidsongeschiktheid. De verzekeringsarts stelde een psychische stoornis vast en maakte een functionele mogelijkhedenlijst (FML). De arbeidsdeskundige concludeerde dat eiseres haar eigen werk niet kon doen, maar dat zij met gangbare functies 0% arbeidsongeschikt was.
Verweerder beëindigde de WIA-uitkering per 4 maart 2020. Eiseres maakte bezwaar en voerde aan dat haar psychische beperkingen onvoldoende waren meegewogen. Zij overhandigde aanvullende medische stukken en vroeg om benoeming van een deskundige. De rechtbank oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, inclusief een psychiatrisch expertise-onderzoek, en dat de beperkingen juist waren vastgesteld.
De rechtbank stelde vast dat de subjectieve klachtenbeleving van eiseres niet leidend is voor de mate van arbeidsongeschiktheid. De vrijstelling van arbeidsverplichtingen door de gemeente is niet vergelijkbaar met de WIA-toets. De ingediende medische stukken gaven geen aanleiding tot twijfel aan het expertiserapport. De rechtbank concludeerde dat de mate van arbeidsongeschiktheid terecht op minder dan 35% was vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.