ECLI:NL:RBROT:2021:7140
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging arbeidsovereenkomst huishoudelijke hulp met toewijzing loon en transitievergoeding
Partijen sloten een arbeidsovereenkomst waarbij de huishoudelijke hulp 18 uur per week werkte tegen een vastgesteld loon. De werkgever zegde de overeenkomst op 5 oktober 2020 op met ingang van 1 december 2020. De werknemer maakte aanspraak op loon en transitievergoeding.
De kantonrechter oordeelde dat de opzegging rechtsgeldig was, omdat de werknemer werkzaamheden verrichtte als huishoudelijke hulp minder dan vier dagen per week en er geen opzegverbod van toepassing was. De werkgever had een redelijke grond voor opzegging wegens beperkte flexibiliteit van de werknemer en persoonlijke omstandigheden die het voortzetten van de arbeidsovereenkomst onredelijk maakten.
De arbeidsovereenkomst is derhalve beëindigd per 1 december 2020. De werkgever wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon, transitievergoeding en een hogere vergoeding voor advocaatkosten met een betalingsregeling en boete bij te late betaling. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst is per 1 december 2020 beëindigd met toewijzing van loon, transitievergoeding en advocaatkosten aan de werknemer.