Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
2.De feiten
3.De beoordeling
4.De beslissing
mr. N.A. Masrom, griffier, in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2021. [1]
Rechtbank Rotterdam
Verzoekers hebben een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank heeft het verzoek behandeld, waarbij verzoekers driemaal zijn opgeroepen voor de zitting. Verzoekers zijn tweemaal zonder opgave van redenen niet verschenen, wat aanleiding geeft te vrezen dat zij hun verplichtingen uit de regeling niet zullen nakomen.
Daarnaast ontvangt verzoeker inkomsten uit een WIA-uitkering, terwijl verzoekster geen aanvullende inkomsten heeft. De schuldenlast bedraagt € 13.254,44. Uit het verzoek blijkt dat verzoekster de Nederlandse taal onvoldoende beheerst om aan de verplichtingen van de regeling te voldoen.
Op grond van de landelijk uniforme beoordelingscriteria en het feit dat verzoekers niet verschenen zijn, wijst de rechtbank het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af. Dit betekent niet dat er geen andere gronden voor afwijzing zijn, maar deze zijn niet nader uitgewerkt.
De uitspraak is gedaan door rechter C.G.E. Prenger en griffier N.A. Masrom op 22 juli 2021. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen na uitspraak, uitsluitend door een advocaat in te dienen bij het gerechtshof.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens niet-naleving van verplichtingen en onvoldoende taalvaardigheid.