Verzoekster heeft een schuldregeling aangeboden aan tien schuldeisers, waarbij negen schuldeisers instemden, maar de gemeente Rotterdam als enige schuldeiser weigerde mee te werken vanwege toepassing van artikel 60c Participatiewet. De gemeente stelde dat zij niet kon instemmen met finale kwijting wegens niet-naleving van de inlichtingenplicht.
De rechtbank heeft onderzocht of de weigering van de gemeente redelijk was, waarbij zij de belangen van de gemeente afwoog tegen die van verzoekster en de overige schuldeisers. De vorderingen van de gemeente vormden slechts 3,6% van de totale schuldenlast en de regeling was getoetst door een onafhankelijke partij. Verzoekster was medisch vrijgesteld van sollicitatieverplichting en zal de pensioengerechtigde leeftijd bereiken, waardoor haar afloscapaciteit beperkt is.
De rechtbank concludeerde dat de belangen van verzoekster en de instemmende schuldeisers zwaarder wegen dan het belang van de gemeente Rotterdam. De voorgestelde regeling levert naar verwachting meer op dan een wettelijke schuldsaneringsregeling. Daarom werd de gemeente Rotterdam bevolen in te stemmen met de schuldregeling, het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling afgewezen en de gemeente veroordeeld in de proceskosten.