ECLI:NL:RBROT:2021:7038
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.C.W. van der Feltz
- Rechtspraak.nl
Beoordeling BIZ-heffing parkeergarage als afzonderlijk object naast supermarkt
Eiser was eigenaar van een supermarkt en een onderliggende parkeergarage binnen een bedrijveninvesteringszone (BIZ) en werd aangeslagen voor de BIZ-bijdrage voor beide objecten. Eiser betwistte de aanslag voor de parkeergarage omdat deze geen baat zou hebben bij de investeringen en stelde dat de parkeergarage en supermarkt als één onroerende zaak moesten worden beschouwd volgens artikel 16 van Pro de Wet WOZ.
De rechtbank stelde vast dat de Wet BIZ alle niet-woning onroerende zaken binnen de zone in de heffing betrekt en dat geen individuele tegenprestatie vereist is. De gemeenteraad heeft discretionaire bevoegdheid om tarieven en vrijstellingen vast te stellen, en de parkeergarage was niet vrijgesteld. De rechtbank verwierp het argument dat de parkeergarage moest worden vrijgesteld.
Verder oordeelde de rechtbank dat de objectafbakening van de WOZ niet in de BIZ-procedure kan worden getoetst, zeker niet nadat de WOZ-beschikking onherroepelijk is geworden door het ontbreken van bezwaar. Omdat eiser geen bezwaar had gemaakt tegen de WOZ-beschikking, was de aanslag voor de parkeergarage terecht opgelegd.
Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De BIZ-aanslag voor de parkeergarage is terecht opgelegd en het beroep wordt ongegrond verklaard.