Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
- het exploot van dagvaarding, met producties;
- de conclusie van antwoord, met producties;
- het tussenvonnis van 22 februari 2021 waarbij een mondelinge behandeling is bepaald die op 6 april 2021 is gehouden;
- de door mr. E.B. den Ouden bij faxbericht van 25 maart 2021 ingediende akte tot rectificatie, met productie;
- de bij akte van 26 maart 2021 door mr. M. Leung overgelegde nadere producties 5 tot en met 15;
- de brief van 30 maart 2021 van mr. M. Leung.
2..De vaststaande feiten
3..De vordering
4..Het verweer
5..De beoordeling
- de Freo lening van € 10.802,82 (incl. kosten en rente), waarop een bedrag van € 900,00 is afgelost, zodat een bedrag van € 9.902,82 resteert en;
- een bedrag van € 3.941,40 aan overige kosten/leningen vanaf 2019.
- a) de handtekening onder de Schuldverklaring niet van hem is;
- b) de specificaties van [eiseres] niet juist, niet logisch en niet deugdelijk zijn opgesteld en niet zijn voorzien van verificatoire stukken;
- c) als er al een terugbetalingsverplichting op [gedaagde] rust dat hooguit een bedrag van € 3.137,58 kan betreffen, gezien de informatie die [gedaagde] zelf van zijn zakelijke rekening heeft achterhaald;
- d) partijen niet zijn overeengekomen dat betalingen die zagen op privé situaties dienden te worden terugbetaald.
- in WhatsApp verkeer tussen partijen op 4 mei 2020 [eiseres] appt over terugbetaling van € 14.000,00 en [gedaagde] de hoogte van dit bedrag niet weerspreekt (productie 2 van [eiseres] );
- uit de getuigenverklaring van [naam 6] en [naam 7] (productie 5A van [eiseres] ) en de transcriptie van het telefoongesprek dat zij met [gedaagde] op 25 mei 2020 hebben gevoerd (productie 6 van [eiseres] ) naar voren komt dat gesproken werd over de terugbetaling van een lening rond de € 14.000,00.