ECLI:NL:RBROT:2021:6914
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep WOZ-waarde na overeenstemming partijen
Bij beschikking van 29 maart 2019 heeft de gemeente Rotterdam de WOZ-waarde van een onroerende zaak vastgesteld op €267.000,- voor het belastingjaar 2019. Eiser maakte bezwaar en dit werd op 27 februari 2020 ongegrond verklaard. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit. Tijdens de procedure zijn partijen het eens geworden over een WOZ-waarde van €200.000,-, waardoor het geschil over de waarde is komen te vervallen.
De rechtbank heeft partijen schriftelijk medegedeeld dat bij uitblijven van een verzoek tot zitting het onderzoek zou worden gesloten en uitspraak zou worden gedaan. Partijen hebben niet gereageerd, waarna de rechtbank het onderzoek sloot en uitspraak deed. Omdat verweerder aan het beroep van eiser tegemoet is gekomen, ontbreekt het belang bij het beroep en wordt het niet-ontvankelijk verklaard.
Daarnaast is de vraag aan de orde of sprake is van beroepsmatig verleende rechtsbijstand door de gemachtigde van eiser, wat relevant is voor een proceskostenveroordeling. De rechtbank oordeelt dat de gemachtigde, ondanks zijn achtergrond als registeraccountant en belastingadviseur, niet regelmatig bezwaar- en beroepsprocedures voert over WOZ-waarderingen en geen relevante juridische scholing heeft genoten. Daarom is geen sprake van beroepsmatige rechtsbijstand en wordt een proceskostenveroordeling afgewezen.
De rechtbank bepaalt dat verweerder het door eiser betaalde griffierecht van €48,- moet vergoeden. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat partijen overeenstemming bereikten over de WOZ-waarde; verweerder vergoedt het griffierecht.