ECLI:NL:RBROT:2021:6885

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
23 juli 2021
Publicatiedatum
19 juli 2021
Zaaknummer
9127425
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 93 RvArt. 94 lid 2 RvArt. 98 Rv
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevoegdheid kantonrechter bij geschil over franchise- en huurvorderingen

BackWerk NL B.V. vordert betaling van openstaande facturen en terugbetaling van een geldlening van [bedrijf A]. [bedrijf A] stelt dat mediation eerst geprobeerd moet worden en betwist de bevoegdheid van de kantonrechter. De kantonrechter oordeelt dat BackWerk geen mediation hoeft te volgen als er geen bereidheid is en dat de kantonrechter bevoegd is omdat een deel van de vordering een aardvordering betreft.

De kantonrechter overweegt dat de samenhang tussen de vorderingen zich verzet tegen afzonderlijke behandeling, waardoor hij bevoegd is alle vorderingen te behandelen. Verwijzing naar een meervoudige kamer wordt afgewezen omdat de zaak niet complex genoeg is.

De vorderingen van [bedrijf A] in het incident worden afgewezen en zij wordt veroordeeld in de kosten. De hoofdzaak wordt verwezen naar de rol voor verdere behandeling.

Uitkomst: De kantonrechter verklaart zich bevoegd, wijst het mediationverweer af en wijst de vorderingen van [bedrijf A] in het incident af.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 9127425 CV EXPL 21-12094
uitspraak: 23 juli 2021
vonnis in het incident van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BackWerk NL B.V.,
gevestigd te Venlo,
eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident,
gemachtigde: mr. J.H. Kolenbrander te Leiden,
tegen

1..de vennootschap onder firma [bedrijf A] ,

gevestigd te [plaats A] ,
en haar vennoten:
2.
[persoon A1],
wonende te [woonplaats A1] ,
3.
[persoon A2],
wonende te [woonplaats A2] ,
gedaagden in de hoofdzaak, eisers in het incident,
gemachtigde: mr. C.M. Kan te Haarlem.
Partijen worden hierna ‘BackWerk’ en ‘ [bedrijf A] ’ (gedaagden gezamenlijk, in enkelvoud) genoemd.

1..De procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
  • de dagvaarding met producties van 24 maart 2021;
  • de conclusie van eis in het bevoegdheidsincident van [bedrijf A] van 18 mei 2021;
  • de conclusie van antwoord in het bevoegdheidsincident van BackWerk van 15 juni 2021.

2..Het geschil (in het incident)

2.1
BackWerk stelt op grond van franchise-, onderhuur- en koopovereenkomsten diverse goederen en diensten geleverd te hebben aan [bedrijf A] . [bedrijf A] heeft deze facturen tot een bedrag van € 796.133,38 niet betaald., aldus BackWerk. BackWerk vordert in de hoofdzaak veroordeling van [bedrijf A] tot betaling van deze facturen en tot terugbetaling van een geldlening van € 160.000,00, naast verschillende kosten en een verklaring voor recht over de geldleenovereenkomst.
2.2
[bedrijf A] stelt in het incident primair dat BackWerk niet-ontvankelijk is omdat eerst mediation geprobeerd moet worden, en subsidiair dat de kantonrechter niet bevoegd is kennis te nemen van de vorderingen van BackWerk. [bedrijf A] vraagt meer subsidiair om verwijzing van de zaak naar een meervoudige kamer.
2.3
BackWerk voert verweer in het incident.

3..De beoordeling

in het incident
primair: mediation
3.1
Het uitgangspunt is, [bedrijf A] schrijft het ook onder nummer 6 van haar conclusie van eis in het incident, dat een overeengekomen mediationclausule er niet aan in de weg staat dat van mediation afgezien kan worden als er geen bereidheid is bij een van partijen om mediation te proberen. Als al van dit uitgangspunt afgeweken kan worden, ziet de kantonrechter er in deze zaak geen aanleiding toe dit te doen. BackWerk wenst geen mediation en het staat haar vrij de kwestie aan de rechter voor te leggen.
subsidiair: bevoegdheid
3.2
Een deel van de vordering van BackWerk ziet op de betaling van huur en is daarom een aardvordering als bedoeld in artikel 93 aanhef Pro en onder c van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). De kantonrechter is bevoegd kennis te nemen van aardvorderingen. Als het om meerdere vorderingen gaat, zoals in deze zaak, en één van die vorderingen is een aardvordering, zoals dus in deze zaak, is de kantonrechter op grond van artikel 94 lid 2 Rv Pro bevoegd kennis te nemen van álle vorderingen, als de samenhang tussen de vorderingen zich tegen afzonderlijke behandeling verzet. De kantonrechter acht zich in deze zaak op grond van het genoemde artikel bevoegd om kennis te nemen van alle vorderingen van BackWerk.
meer subsidiair: verwijzing naar meervoudige kamer
3.3
Als de kantonrechter van oordeel is dat de zaak ongeschikt is voor behandeling en beslissing door één rechter, kan hij de zaak verwijzen naar een meervoudige kamer voor andere dan kantonzaken (artikel 98 Rv Pro). De kantonrechter komt in deze zaak echter niet tot dat oordeel. Het gaat om een groot bedrag dat BackWerk vordert, maar dat maakt een zaak niet per definitie complex. Het standpunt van BackWerk zoals dat in de dagvaarding staat is duidelijk. Voor verwijzing van de zaak bestaat (op dit moment) geen aanleiding.
kosten van de procedure
3.4
De vorderingen in het incident zijn niet toewijsbaar. [bedrijf A] is dus de in het ongelijk gestelde partij in het incident. Zij wordt veroordeeld in de kosten van het incident.
in de hoofdzaak
3.5
De kantonrechter verwijst de hoofdzaak naar de rol om [bedrijf A] in de gelegenheid te stellen een conclusie van antwoord te nemen.

4..De beslissing

De kantonrechter:
in het incident
- wijst de vorderingen van [bedrijf A] af;
- veroordeelt [bedrijf A] in de kosten van het incident, tot aan deze uitspraak aan de kant van Backwerk vastgesteld op € 1.245,00 aan salaris voor haar gemachtigde;
in de hoofdzaak
- verwijst de zaak naar de rol van
dinsdag 24 augustus 2021waar [bedrijf A] een conclusie van antwoord kan nemen.
Dit vonnis is gewezen door mr. drs. E. van Schouten en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
686