ECLI:NL:RBROT:2021:6831
Rechtbank Rotterdam
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling wegens verzwijging onroerend goed en tekortkomingen
De rechtbank Rotterdam behandelt een tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling van een schuldenaar die verzwegen heeft dat hij eigenaar is van appartementsrechten in Duitsland. De rechter-commissaris heeft geconstateerd dat deze verzwijging mogelijk reden zou zijn geweest om het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling af te wijzen. Daarnaast zijn er nieuwe schulden ontstaan en is er sprake van een tekortkoming in de nakoming van de sollicitatie- en informatieverplichtingen.
De schuldenaar voert aan dat hij dacht het onroerend goed niet langer te bezitten vanwege een aangekondigde openbare verkoop en het ontbreken van aanmaningen, maar dit verweer overtuigt de rechtbank niet. De rechtbank oordeelt dat de schuldenaar toerekenbaar tekort is geschoten in zijn verplichtingen en dat dit voldoende grond is voor tussentijdse beëindiging van de regeling.
De rechtbank vraagt de bewindvoerder om nadere informatie over de financiële consequenties van het onroerend goed, de liquidatiewaarde, de omvang van nieuwe schulden en de mogelijkheid tot uitdeling aan schuldeisers bij beëindiging. De zaak wordt op 9 juli 2021 voortgezet na ontvangst van deze informatie.
Uitkomst: De rechtbank beveelt nadere informatie over het onroerend goed en stelt de behandeling van de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling uit.