Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoeker;
- mevrouw [naam 2] , werkzaam bij de Kredietbank Rotterdam (hierna: schuldhulpverlening).
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker diende een verzoek in op grond van artikel 287a Faillissementswet om de gemeente Rotterdam te bevelen in te stemmen met een schuldregeling die zij weigerde te accepteren. De schuldregeling betrof een voorstel waarbij preferente en concurrente schuldeisers een percentage van hun vordering zouden ontvangen tegen finale kwijting. Veertien schuldeisers stemden in, maar de gemeente Rotterdam weigerde voor twee preferente vorderingen.
De rechtbank oordeelde dat de weigering van de gemeente Rotterdam niet redelijk was, mede omdat het voorstel door een onafhankelijke partij was getoetst en goed gedocumenteerd was. Verzoeker was inmiddels hersteld en arbeidsgeschikt, en het akkoord bood een gunstiger resultaat voor schuldeisers dan de wettelijke schuldsaneringsregeling, die ook werd afgewezen.
De rechtbank beval de gemeente Rotterdam tot instemming met het akkoord, veroordeelde haar in de proceskosten en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling werd afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de gemeente Rotterdam om in te stemmen met het schuldregelingakkoord en wijst het verzoek tot schuldsaneringsregeling af.