Eiseres kreeg een boete van €1.250 opgelegd wegens het niet tijdig voldoen aan haar inburgeringsplicht. Hoewel zij niet binnen de gestelde termijn was ingeburgerd, had zij aantoonbare inspanningen verricht en was zij ontheven van de inburgeringsplicht vanwege omstandigheden in haar persoon, waaronder analfabetisme en een hartkwaal.
De rechtbank oordeelde dat de maximale boete niet evenredig was gezien de persoonlijke situatie van eiseres en het feit dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met deze omstandigheden. Tevens werd gewezen op het gebrek aan communicatie tussen verweerder en eiseres, ondanks de complexiteit van haar situatie en de aanwezigheid van een gemachtigde.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, matigde de boete tot €300 en veroordeelde verweerder tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres.