ECLI:NL:RBROT:2021:6524

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
9 juli 2021
Publicatiedatum
7 juli 2021
Zaaknummer
9059510
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling zorgpremie en proceskosten bij zorgverzekeraar DSW

In deze civiele procedure vordert DSW Zorgverzekeraar betaling van openstaande premie, eigen risico en zorgkosten van gedaagde, vermeerderd met wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. Gedaagde erkent de hoofdsom, rente en incassokosten, maar betwist de griffierechten en overige proceskosten.

De rechtbank constateert dat gedaagde bereid was het gehele bedrag contant te betalen vóór de eerste zitting, maar dat de incassomedewerkster dit weigerde wegens sluiting van de balie vanwege corona. DSW heeft toegezegd dat tijdige betaling de dagvaarding zou intrekken en griffiekosten zou voorkomen.

De rechtbank acht het van belang om het telefoongesprek tussen gedaagde en de incassomedewerkster te horen om te bepalen welke proceskosten terecht zijn. Daarom wordt DSW verzocht de geluidsopnames te overleggen. De beslissing over de proceskosten wordt aangehouden tot de rolzitting op 3 augustus 2021.

De hoofdsom, rente en buitengerechtelijke kosten worden toegewezen en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De verdere beslissing over proceskosten volgt na nader bewijs.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van premie, rente en incassokosten, beslissing over proceskosten aangehouden voor nader bewijs.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 9059510 \ CV EXPL 21-8307
uitspraak: 9 juli 2021
vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,
in de zaak van
Onderlinge Waarborgmaatschappij DSW Zorgverzekeraar U.A.,
gevestigd te Schiedam,
eiseres,
gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V.,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats gedaagde] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
Partijen worden hierna ‘DSW’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1..Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding met bijlagen;
het antwoord van [gedaagde] ;
de conclusie van repliek met bijlagen;
de conclusie van dupliek met één bijlage.
De uitspraak van het vonnis is bepaald op vandaag.

2..De vordering en het verweer

2.1
DSW vordert dat [gedaagde] , uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld om aan DSW te betalen € 745,88, vermeerderd met de wettelijke rente over € 626,- vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van volledige betaling en met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
2.2
DSW legt het volgende aan de vordering ten grondslag. [gedaagde] heeft een zorgverzekering afgesloten bij DSW. [gedaagde] moet op grond van deze overeenkomst premie en eigen risico betalen en zorgkosten die door DSW zijn betaald maar niet worden vergoed. Deze verplichting is [gedaagde] niet nagekomen en [gedaagde] is in verzuim. [gedaagde] moet daarom ook buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente betalen. Het bedrag van € 745,88 bestaat uit € 626,- aan hoofdsom, € 113,62 aan buitengerechtelijke kosten en € 6,26 aan vervallen rente berekend tot de dag van dagvaarding.
2.3
[gedaagde] erkent de verschuldigdheid van de hoofdsom, rente, buitengerechtelijke incassokosten, € 124,- aan salaris gemachtigde en de dagvaardingskosten van € 108,22, maar betwist de verschuldigdheid van het griffierecht en eventuele overige proceskosten.

3..De beoordeling

3.1
De gevorderde bedragen aan hoofdsom, rente en buitengerechtelijke kosten zijn erkend en worden toegewezen.
3.2
[gedaagde] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van de procedure. De hoogte van die kosten wordt in beginsel gebaseerd op de daarvoor vastgestelde tarieven. [gedaagde] voert in het kader van de proceskosten echter aan dat hij op 9 maart 2021 telefonisch contact heeft gehad met GGN - de (incasso)gemachtigde van DSW - en heeft gezegd dat hij bereid was om die dag ‘het hele bedrag’ te betalen en contant kon komen brengen. Daarop heeft de betreffende medewerkster van GGN volgens [gedaagde] gezegd dat contante betaling niet mogelijk was, omdat de balie van het kantoor gesloten was vanwege corona.
3.3
In de begeleidende brief van GGN bij de dagvaarding staat het volgende:
1.U bent het met de vordering eens
In dat geval kunt u het beste de vordering voldoen. Door tijdige betaling van onderstaand totaalbedrag wordt de dagvaarding ingetrokken, waardoor u hoge griffiekosten (minimaal € 507,00)
voorkomt:
hoofdsom conform eis € 745,88
rente vanaf de dag der dagvaarding p.m.
salaris gemachtigde € 124,00
dagvaardingskosten € 108,22
Totaal € 978,10 + p.m.
Om te betalen gaat u naar www.ggn.nl/directbetalen. Met uw dossiernummer, uw postcode en
uw huisnummer kunt u direct betalen met iDeal. Ook kunt u het bedrag overmaken naar rekeningnummer IBAN: NL90 INGB 0686 3103 57 op naam van GGN Mastering Credit B.V. Vermeld bij uw betaling het dossiernummer [dossiernummer] . Voor een tijdige verwerking dienen betalingen per bank uiterlijk DRIE WERKDAGEN voor de zitting in het bezit van GGN Mastering Credit B.V. te zijn. Eventuele betaling aan kas kan tot één dag voor de zitting.
3.4
GGN zegt in het begeleidend schrijven dus (namens DSW) toe dat in geval van tijdige betaling van het totaalbedrag de dagvaarding wordt ingetrokken, waardoor [gedaagde] de griffiekosten voorkomt. Contante betalingen kunnen volgens de begeleidende brief van GGN tot een dag voor de zitting plaatsvinden, in dit geval dus 9 maart 2021.
3.5
Voordat wordt geoordeeld tot welk bedrag aan proceskosten [gedaagde] wordt veroordeeld, acht de kantonrechter het van belang om te weten wat er in het gesprek tussen [gedaagde] en de medewerkster van GGN is gezegd op 9 maart 2021. [gedaagde] heeft aangevoerd dat hij aan het begin van dat telefoongesprek te horen kreeg dat het gesprek zou worden opgenomen voor kwaliteitsdoeleinden. DSW heeft dat niet betwist. DSW wordt verzocht om de geluidsopnames van dat gesprek in het geding te brengen.
3.6
De kantonrechter houdt iedere verdere beslissing aan.

4..De beslissing

De kantonrechter:
veroordeelt [gedaagde] om aan DSW te betalen € 745,88, vermeerderd met de wettelijke rente op grond van artikel 6:119 BW Pro over € 626,- vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van algehele voldoening;
verklaart het vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
stelt DSW in de gelegenheid om de geluidsopnames van het telefoongesprek van de medewerkster van GGN met [gedaagde] op 9 maart 2021 in het geding te brengen;
verwijst de zaak daartoe naar de rolzitting van
dinsdag 3 augustus 2021;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.H. Poiesz en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
703