ECLI:NL:RBROT:2021:6503
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging verstekvonnis wegens onvoldoende onderbouwd verweer bij huurachterstand
In deze zaak vordert Stichting Vestia betaling van achterstallige huur en bevestiging van de opzegging van de huurovereenkomst door [persoon A]. De huurder betwist de huurachterstand en stelt dat de huurovereenkomst reeds in mei 2015 is opgezegd.
Tijdens de mondelinge behandeling op 3 mei 2021 verklaart [persoon A] dat hij de sleutel aan een reclasseringsmedewerker heeft gegeven die namens hem de huurovereenkomst zou opzeggen. Echter, hij kan geen bewijs leveren dat de opzegging daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Ook stelt hij dat alle huur contant is betaald, maar kan hij dit niet concreet onderbouwen, mede door zijn detentieperiode in het buitenland.
De kantonrechter oordeelt dat [persoon A] zijn stellingen onvoldoende heeft bewezen en dat Vestia haar vordering wel voldoende heeft onderbouwd. Daarom wordt het verstekvonnis van 28 oktober 2016 bekrachtigd en wordt [persoon A] veroordeeld in de kosten van de verzetprocedure.
Uitkomst: Het verstekvonnis van 28 oktober 2016 wordt bekrachtigd en de huurder wordt veroordeeld in de kosten van de verzetprocedure.