Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
mr. O. Bolluyt, advocaat te Almere.
1..Onderzoek op de terechtzitting
2..Tenlastelegging
3..Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het impliciet primair ten laste gelegde (moord);
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 jaren met aftrek van voorarrest.
4..Waardering van het bewijs
bijde woning geweest, maar dat hij daar vervolgens ook
naar binnenis gegaan kan niet worden bewezen. De verdachte ontkent dat hij de woning is binnen gegaan en dat hij daar vervolgens [naam slachtoffer] om het leven heeft gebracht.
zeer veel waarschijnlijker te zijnwanneer de beschadigingen in de stukjes schedelbot zijn veroorzaakt met het getapete deel (locatie C) van metalen profiel
,dan met een willekeurig ander slagvoorwerp.
Nu vaststaat dat met dat metalen profiel het slachtoffer is gedood, is de conclusie gerechtvaardigd dat het toedienen van de dodelijke slagen op het hoofd van het slachtoffer met dat profiel tussen 02:37 en 02:51 uur heeft plaats gevonden.
.Dat dit conflict net was bijgelegd, zoals de verdachte op de zitting heeft verklaard, blijkt nergens uit en daar maakt hij zelf in de afgeluisterde gesprekken over het conflict, ook geen melding van.
inde woning heeft gezien. Ook het motief voor het handelen van de verdachte vindt verder steun in de getuigenverklaringen waarin wordt bevestigd, hetgeen de verdachte ook zelf heeft verklaard, dat sprake was van een hoogoplopend conflict tussen de verdachte en het slachtoffer.
5..Strafbaarheid feit
6..Strafbaarheid verdachte
7..Motivering straf
8..Vorderingen benadeelde partijen / schadevergoedingsmaatregelen
9..Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.. Bijlagen
11..Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) jaren;
€ 20.000,00 (zegge: twintigduizend euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 8 juli 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;
€ 20.000,00 (zegge: twintigduizend euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 8 juli 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;
€ 4.257,85 (zegge: vierduizendtweehonderdzevenenvijftig euro en vijfentachtig cent), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 2 augustus 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;
maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [naam benadeelde 1] te betalen
€ 20.000,00(hoofdsom,
zegge: twintigduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 juli 2019 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien betaling uitblijft
gijzelingkan worden toegepast voor maximaal
135 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [naam benadeelde 2] te betalen
€ 20.000,00(hoofdsom,
zegge: twintigduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 juli 2019 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien betaling uitblijft
gijzelingkan worden toegepast voor maximaal
135 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [naam benadeelde 4] te betalen
€ 4.257,85(hoofdsom,
zegge: vierduizendtweehonderdzevenenvijftig euro en vijfentachtig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 augustus 2019 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien betaling uitblijft
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
52 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;