Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2021:6231

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
10 mei 2021
Publicatiedatum
30 juni 2021
Zaaknummer
C/10/618100 / FA RK 21-3544
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 WvggzArt. 2 lid 1 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot voortzetting van crisismaatregel op grond van de Wvggz

De officier van justitie verzocht op 7 mei 2021 om voortzetting van een eerder opgelegde crisismaatregel voor betrokkene, die op dat moment verbleef in het Erasmus MC te Rotterdam. De mondelinge behandeling vond plaats op 10 mei 2021 via beeld- en geluidverbinding, waarbij betrokkene, zijn advocaat, behandelend artsen en zijn moeder werden gehoord.

Uit de medische verklaring en de zitting bleek dat betrokkene leed aan een psychotische decompensatie met ernstige symptomen zoals paranoïde wanen, verward gedrag en zelfverwonding. De situatie was zo ernstig dat een spoedprocedure noodzakelijk was en een langere klinische opname werd geadviseerd. De rechtbank achtte verplichte zorgmaatregelen zoals medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperking en opname in een accommodatie noodzakelijk om ernstig nadeel af te wenden.

Betrokkene verzette zich tegen de zorg, maar had geen ziekte-inzicht en was onvoldoende bereid tot medewerking. Minder bezwarende alternatieven ontbraken. De rechtbank concludeerde dat de gevraagde maatregelen evenredig en effectief waren en verleende de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken, tot en met 31 mei 2021.

Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel met noodzakelijke verplichte zorg voor drie weken.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/618100 / FA RK 21-3544
Referentienummer: [nummer]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 10 mei 2021 betreffende een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,hierna: de officier,
met betrekking tot:
[naam betrokkene],
geboren op [geboortedatum betrokkene] 2006, [geboorteplaats betrokkene],
hierna: betrokkene,
wonende te [woonplaats betrokkene],
thans verblijvende in het Erasmus MC te Rotterdam,
advocaat mr. J.J.W. Vos te Amsterdam.

1..Procesverloop

1.1.
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 7 mei 2021, heeft de officier verzocht om voortzetting van de op 7 mei 2021 opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel van 7 mei 2021;
  • de medische verklaring opgesteld door [naam 1], psychiater, en [naam 2], arts, van 6 mei 2021;
  • de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;
  • de relevante politiegegevens van betrokkene; en
  • het bericht dat er geen relevante strafvorderlijke- en justitiële gegevens van betrokkene zijn.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 10 mei 2021.
Bij die gelegenheid zijn (overeenkomstig artikel 2 lid 1 van Pro de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid) via beeld- en geluidverbinding gehoord:
  • betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat;
  • [naam 3], arts, en [naam 4], begeleider van betrokkene, beiden verbonden aan het Erasmus MC; en
  • [naam 5], moeder van betrokkene.
1.3.
De officier is niet ter zitting verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2..Beoordeling

2.1.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang en ernstig verstoorde ontwikkeling voor of van betrokkene of een ander. Een aantal dagen voor de opname was betrokkene oninvoelbaar, angstig, onvoorspelbaar en emotioneel labiel. Ook sliep betrokkene weinig. Betrokkene had paranoïde wanen en deed verwarde en achterdochtige uitspraken. Zo wilde hij de telefoon van zijn moeder controleren en dacht hij een seriemoordenaar te zijn. Voorafgaand aan de opname heeft er in de thuissituatie een escalatie plaatsgevonden nadat betrokkene psychotisch decompenseerde. Zo dreigde hij zichzelf iets aan te doen door met een mes in zijn hals te snijden. Hierdoor volgde een worsteling met zijn moeder, waarna betrokkene met een mes naar buiten is gerend. Betrokkene heeft zichzelf buiten met een mes (oppervlakkig) verwond. Vervolgens werd betrokkene door de hulpdiensten gevonden op straat. Betrokkene meende vanuit zijn psychotische beleving dat de politie achter hem aan zat en hem wilde vermoorden. De moeder van betrokkene kon de situatie niet meer aan. Betrokkene is opgenomen via een crisismaatregel. Tijdens de mondelinge behandeling verklaart de arts dat betrokkene nog verward gedrag vertoont en zijn medicatie weigert. De arts acht nader onderzoek naar de oorzaken van het gedrag van betrokkene noodzakelijk ter voorkoming van een nieuwe of verdere psychotische decompensatie. Ook zal betrokkene verder worden ingesteld op medicatie. Een langere klinische opname is daarom noodzakelijk. Betrokkene is vanwege praktische redenen opgenomen in het Erasmus MC en zal - zodra er plek is - worden opgenomen in de regio waar hij woonachtig is.
2.2.
Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten een psychotische decompensatie met stemmingswisselingen, angstklachten en PDD-NOS, mogelijk geluxeerd door cannabisontwenning en stressvolle ervaringen.
2.3.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
2.4.
Op basis van de medische verklaring en de mondelinge behandeling, acht de rechtbank de volgende in de crisismaatregel genomen vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
  • het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles;
  • het beperken van de bewegingsvrijheid;
  • het controleren op de aanwezigheid van gedragsbeïnvloedende middelen; en
  • het opnemen in een accommodatie.
2.5.
De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg, te weten het toedienen van vocht en voeding, het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, het insluiten, het uitoefenen van toezicht op betrokkene, het onderzoek aan kleding of lichaam, het onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedragsbeïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen, het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten en het beperken van het recht op het ontvangen van bezoek, worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd.
2.6.
Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Uit de medische verklaring blijkt dat betrokkene geen ziekte-inzicht heeft en onvoldoende bereid is om mee te werken aan behandeling. Door de impulsiviteit van betrokkene kunnen de behandelaren geen afspraken met hem maken. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.7.
De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.8.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na vandaag.

3..Beslissing

De rechtbank:
3.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;
3.2.
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.4. kunnen worden getroffen;
3.3.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 31 mei 2021;
3.4.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is op 10 mei 2021 mondeling gegeven door mr. A.C. Hendriks, rechter, in tegenwoordigheid van G. de Man, griffier, en op 25 mei 2021 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.