De officier van justitie verzocht op 7 mei 2021 om voortzetting van een eerder opgelegde crisismaatregel voor betrokkene, die op dat moment verbleef in het Erasmus MC te Rotterdam. De mondelinge behandeling vond plaats op 10 mei 2021 via beeld- en geluidverbinding, waarbij betrokkene, zijn advocaat, behandelend artsen en zijn moeder werden gehoord.
Uit de medische verklaring en de zitting bleek dat betrokkene leed aan een psychotische decompensatie met ernstige symptomen zoals paranoïde wanen, verward gedrag en zelfverwonding. De situatie was zo ernstig dat een spoedprocedure noodzakelijk was en een langere klinische opname werd geadviseerd. De rechtbank achtte verplichte zorgmaatregelen zoals medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperking en opname in een accommodatie noodzakelijk om ernstig nadeel af te wenden.
Betrokkene verzette zich tegen de zorg, maar had geen ziekte-inzicht en was onvoldoende bereid tot medewerking. Minder bezwarende alternatieven ontbraken. De rechtbank concludeerde dat de gevraagde maatregelen evenredig en effectief waren en verleende de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken, tot en met 31 mei 2021.