ECLI:NL:RBROT:2021:6101

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
8 juni 2021
Publicatiedatum
29 juni 2021
Zaaknummer
C/10/616789 / JE RK 21-970
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen wegens bedreigde ontwikkeling

De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht de rechtbank om de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen te verlengen. De kinderen wonen bij hun moeder, die samen met hen recentelijk naar Rotterdam is verhuisd. De ondertoezichtstelling was eerder vastgesteld tot 17 juni 2021.

De instelling uitte zorgen over de cognitieve ontwikkeling van de oudste dochter, die momenteel geen onderwijs volgt, en over de sociaal-emotionele ontwikkeling van beide kinderen. De jongste bezoekt sinds maart 2021 speciaal basisonderwijs en krijgt psychomotorische therapie vanwege problemen met emotieregulatie. De hulpverlening stagneert door de vele verhuizingen en er is nog onvoldoende zicht op de opvoedvaardigheden van de moeder.

De vader stemde in met het verzoek tot verlenging en wenst contact met zijn kinderen, dat echter nog beperkt is. De kinderrechter concludeerde dat de ontwikkeling van de kinderen ernstig wordt bedreigd en dat hulpverlening in een gedwongen kader noodzakelijk blijft. Daarom werd de ondertoezichtstelling verlengd voor twaalf maanden tot 17 juni 2022.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad gegeven en kan binnen drie maanden worden aangevochten door belanghebbenden via hoger beroep bij het gerechtshof Den Haag.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de ondertoezichtstelling van de twee minderjarige kinderen tot 17 juni 2022.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
zaakgegevens: C/10/616789 / JE RK 21-970
datum uitspraak: 8 juni 2021

beschikking verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam,
betreffende

[naam minderjarige 1] ,

geboren op [geboortedatum minderjarige 1] 2009 te [geboorteplaats minderjarige 1] , hierna te noemen [voornaam minderjarige 1] ,

[naam minderjarige 2] ,

geboren op [geboortedatum minderjarige 2] 2012 te [geboorteplaats minderjarige 2] , hierna te noemen [voornaam minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

[naam vader] ,

hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats vader] .

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 14 april 2021, ingekomen bij de griffie op dezelfde datum.
Op 8 juni 2021 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.
Gehoord zijn:
- de vader,
- een tweetal vertegenwoordigers van de GI, mw. [naam vertegenwoordigster] en dhr. [naam vertegenwoordiger] .
Opgeroepen en niet verschenen is de moeder.
De kinderrechter heeft bijzondere toegang verleend aan de begeleidster van de vader, mw. [naam begeleidster] .

De feiten

Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] wordt uitgeoefend door de ouders.
[voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] wonen bij de moeder.
Bij beschikking van 10 juni 2020 zijn [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] onder toezicht gesteld tot 17 juni 2021.

Het verzoek

De GI heeft verzocht de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] te verlengen voor de duur van één jaar.
De GI heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. De GI maakt zich zorgen om de cognitieve ontwikkeling van [voornaam minderjarige 1] , nu zij momenteel niet naar school gaat. Daarnaast zijn er zorgen om haar sociaal-emotionele ontwikkeling. De GI is voor [voornaam minderjarige 1] aan het kijken naar een zorgboerderij in Rotterdam. Ook staat [voornaam minderjarige 1] op de wachtlijst voor een persoonlijkheidsonderzoek bij Yulius, zodat duidelijker wordt waarom zij niet aan leren toekomt. [voornaam minderjarige 2] gaat sinds maart 2021 naar speciaal basisonderwijs. Het gaat hier beter met hem. Wel zijn er nog zorgen om zijn emotieregulatie, waar psychomotorische therapie voor wordt ingezet. Door de vele verhuizingen van het gezin stagneert de hulpverlening. Om zicht te krijgen op de moeder is de GI van plan om opvoedondersteuning in te zetten. Er moet nog gewerkt worden aan contact tussen de vader en de kinderen. Er is op dit moment één keer belcontact geweest. Dit gesprek is goed verlopen.

Het standpunt van de vader

De vader is het eens met het verzoek en wil zijn kinderen graag weer zien. De vader vindt het echter niet snel genoeg gaan.

De beoordeling

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] nog ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] groeien al lange tijd op in een onrustige opvoedomgeving. De moeder is samen met [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] naar Rotterdam verhuisd. Naar aanleiding van de verhuizing is er nog onvoldoende zicht op de ontwikkeling van de kinderen en op de opvoedvaardigheden van de moeder. Daarbij is de hulpverlening nog onvoldoende op gang gekomen. De moeder is niet in staat om zelfstandig onderwijs of dagbesteding voor de kinderen te organiseren. [voornaam minderjarige 1] volgt momenteel geen onderwijs, wat een bedreiging is voor haar cognitieve ontwikkeling. Daarnaast is het belangrijk dat [voornaam minderjarige 2] behandeling krijgt voor zijn emotieregulatie. Ook moet er nog gewerkt worden aan de communicatie tussen de ouders en de omgang tussen de vader en de kinderen, zodat [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] veilig en onbelast contact met de vader kunnen hebben. De kinderrechter acht hulpverlening in een gedwongen kader, door middel van een ondertoezichtstelling van de kinderen, nog noodzakelijk om het gezin passende hulp en ondersteuning te bieden en om de ontwikkeling van de kinderen te waarborgen.
Uit het voorgaande volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van Pro het Burgerlijk Wetboek. De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] daarom verlengen voor de duur van twaalf maanden.

De beslissing

De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] tot 17 juni 2022;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. W.J. Loorbach, kinderrechter, in tegenwoordigheid van I.E. Teunissen als griffier en in het openbaar uitgesproken op 8 juni 2021.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 22 juni 2021.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.